woensdag 13 mei 2015

Interview: Frans Schouwenburg

Op 27 mei verschijnt het nieuwe inspiratieboek Scholen om van te leren van Frans Schouwenburg, expert onderwijsvernieuwing bij Stichting Kennisnet. Het boek is een portret van acht scholen die laten zien dat onderwijs anders kan. Hieronder staat mijn interview met Frans.

UPDATE: Inmiddels is het boek van Frans te downloaden via de site van Kennisnet: http://www.kennisnet.nl/themas/personaliseren/nieuws/kennisnet-lanceert-boek-met-schoolportretten-van-vernieuwers-met-lef/


Wat is je achtergrond?

Eigenlijk wilde ik altijd journalist worden, ik was bij de eerste lichting leerlingen onder de Mammoetwet eind jaren ‘60 en deed mee aan de eerste experimentele Cito-toets. Daar kwam Mavo uit. Niemand wist nog van vakkenpakketten, van studiekeuze. Decanen kan ik me niet herinneren. Er werden formuliertjes ingevuld en dan had je een keuzepakket.

Toen ik naar de Academie voor Journalistiek ging, bleek ik een taal te weinig te hebben. Dat had niemand mij verteld. De Havo-top en daarna de Pedagogische Academie leken een goed alternatief. Lekker breed en daarna was nog van alles mogelijk. Uiteindelijk kwam ik tot de conclusie dat het onderwijs niets voor mij was. Ik wilde schrijven en fotograferen. Dat heb ik daarna ook op allerlei manieren gedaan. Ik schreef voor een maandblad over Stedenbouw en maakte foto’s bij de artikelen. Ik belandde in Canada en heb daar 3,5 jaar gewoond. Twaalf ambachten, dertien ongelukken. In studio’s gewerkt, trouwerijen gefotografeerd maar ook de krant rond gebracht.

Terug in Nederland ontmoette ik de vrouw waarmee ik nu al dertig jaar samenleef. Ze had een baan in het onderwijs voor me. Leraar Nederlands op het Kort Middelbaar Beroepsonderwijs. Een nieuwe opleiding. Het was 1985. Er was niets, geen materialen, niets. Dat betekende dat we zelf alles mochten schrijven. Ik was verkocht. Vanaf dat moment ben ik langzaam onderwijsdier geworden. Ik werd gegrepen door de uitdaging om groepen leerlingen die totaal verschillende achtergronden hadden te motiveren om een diploma te halen. Om een vak te leren. Wij deden de opleiding Detailhandel. De leerlingen liepen veel stage. In Rotterdam was dat nooit een probleem. Ze hadden dus, als ze hun best deden, echt een perspectief.



Hoe heeft jouw carrière in het onderwijs zich ontwikkeld?

Mijn passie werd om leermateriaal te schrijven waarvan ik zóveel had klaarliggen in de kast, dat ik iedere gewenste situatie het hoofd kon bieden. We verdeelden de twee jaar dat leerlingen bij ons bekostigd werden in 9 deelcertificaten. Die waren thematisch gerangschikt, langs de onderwerpen uit de praktijk (etaleren, het verkoopgesprek, reclame en ga zo maar door), maar ook met een indeling waardoor de basisvaardigheden lezen, schrijven, luisteren en spreken met een goede opbouw aan bod kwamen.

Al die jaren was deze manier van werken voor mij de enige die ik kende. Klassikaal onderwijs was mij vreemd. Leerlingen werkten zelfstandig aan hun programma en konden altijd door. Als ze bij mijn vak klaar waren, mochten ze andere vakken of onderwerpen gaan uitdiepen. Helaas was soepel doorstromen toen ook al een struikelblok. In feite bouwde ik een compleet systeem van ‘geprogrammeerde instructie’ op. Leraren Nederlands van andere KMBO-opleidingen, die ik wel eens op bijeenkomsten ontmoette, worstelden met methodes van allerlei opleidingen, die nooit lekker bij de KMBO-situatie pasten. Ze wilden graag mijn materiaal gebruiken. Ik maakte een deal met een kopieercentrale en bracht in de zomervakantie dozen vol materialen naar de geïnteresseerden scholen. Die gebruikten dat vaak jaren en ik kon er lekker van op vakantie. Een uitgever kreeg belangstelling voor het materiaal en heeft er een methode van gemaakt.

Inmiddels waren we bij het ROC gevoegd en gaf ik ook andere vakken, zoals Engels (na Canada had ik natuurlijk meteen mijn MO-A gedaan) en bedrijfsrekenen. Ik mocht steeds nieuwe opleidingsvarianten opzetten en dat vond ik heerlijk werk. Steeds een team samenstellen, een programma ontwerpen, materialen erbij zoeken, leerlingen werven en aan de slag.

Eind jaren ’90 heb ik zo met enkele collega’s een volledig Engelstalige opleiding Internationale Handel en Groothandel opgezet. Leerlingen vielen onder de Nederlandse en Engelse inspectie en haalden naast een MBO+ diploma ook hun Engelse GNVQ’s. Prachtige opleiding. Toen begon het algemeen gebruik van ICT op te komen en het leek me logisch dat dit in het beroepsleven, waarvoor wij opleidden, een belangrijke rol zou gaan spelen. De International Business Stream, zoals de opleiding nog steeds heet, werkte met portfolio’s. Leerlingen voerden grote opdrachten uit en hun portfolio’s werden nauwgezet door de Engelse inspecteur bekeken. Ik bouwde op mijn computer een volgsysteem in MsAccess. Het werkte prachtig. De term ‘gepersonaliseerd leren’ bestond nog niet, maar dat was in feite wat we deden. Ik snapte nooit dat collega’s in het VO en MBO konden werken met een methode. Het leek me moeilijk om andermans spullen goed te gebruiken. Benauwend.


Wat is wijsheid om ICT in het onderwijs te gebruiken?

In 2000 trad ik bij Kennisnet in dienst en sindsdien is het invoeren van ICT in het onderwijs datgene waarmee ik me dag en nacht bezighoud. Ik mis het werken met leerlingen nog steeds, maar het is ook een enorme passie geworden om ICT precies die positie in het onderwijs te laten hebben dat het echt waarde heeft. ‘Het mag geen doel op zich zijn’, hoor ik iedere dag wel iemand zeggen en dat is logisch. Het blijkt wél dermate belangrijk en complex te zijn dat we er wat extra aandacht aan moeten besteden.

In de loop van jaren hebben we al veel ingewikkelde discussies gehad en ik moet eerlijk zeggen dat ik lang niet altijd zeker weet wat het beste is. Moet informatica een apart vak zijn, moet het in vaardigheden geïntegreerd worden aangeboden? Je kunt hier zo moeilijk stellig over doen, vind ik. Het hangt ontzettend van de mensen af die er op school iets mee doen. Ik hield niet van methodes, maar mijn collega van Duits wel. Ik ben handig met bepaalde toepassingen en pak er winst mee, mijn collega is een kluns met een computer, maar heeft weer andere capaciteiten. Wat is wijsheid?


En hoe denk je over programmeren / coderen?

Zo kijk ik nu ook naar de discussie rondom coderen. Ook binnen Kennisnet voeren we deze discussie. Persoonlijk heb ik nog geen overtuigende argumenten gehoord waaruit blijkt dat we allemaal met onze leerlingen aan het coderen moeten gaan. Bepaalde werkgevers hebben behoefte aan mensen met deze vaardigheden, maar lang niet iedereen krijgt er rechtstreeks mee te maken.

Er gaan geluiden op om coderen verplicht te stellen op scholen. Dat lijkt me onverstandig. Analytisch en logisch leren denken kan ook op andere manieren: met schaken of met muzieklessen bijvoorbeeld. Er zijn zoveel mogelijkheden. Scholen moeten daar vooral hun eigen keuzes in maken, gebaseerd op hun kwaliteiten. Ik word altijd erg kriegel als zo’n onderwerp weer een eigen leven gaat leiden en er van alles geregeld moet worden op scholen om het een plekje bij al het andere te geven. Daar zou ik nooit voor pleiten. Ik hoop dat scholen zichzelf constant bevragen over of het onderwijs actueel en relevant is. In een lerende organisatie is dat steeds aan de orde. Maar hoe vaak het ook daadwerkelijk gebeurt...?


Kun je iets vertellen over het boek Scholen om van te leren?

Ik ben de laatste jaren steeds meer gefascineerd geraakt door mensen die zichzelf steeds durven bevragen en sterker nog: die oplossingen zoeken en hun nek uitsteken om onlogische dingen uit het onderwijs te halen. Mensen die het lef hebben om te stellen dat veel van wat we doen op scholen consequenties zijn van wat in het systeem het makkelijkst te organiseren is. Dit wordt vaak vanuit het lerarenteam beredeneerd, niet vanuit de leerling. In mei van dit jaar weet men al dat een hele groep tweedejaars leerlingen volgend jaar op dezelfde dag een toets moet doen over een bepaald onderwerp. Prima dat je het zo organiseert, maar ga niet beweren dat dit ook de beste vorm van onderwijs is. Ik heb bewondering voor mensen die zeggen: "Het is toch raar dat als een leerling Spaans wil leren, dat afhangt van of de betreffende school toevallig een leraar Spaans heeft?" Als zo’n school dan naar een oplossing gaat zoeken, vind ik dat geweldig.

In het boek Scholen om van te leren staan acht portretten van twee of drie mensen in een school. Wat drijft ze? Waar zoeken ze naar? Allemaal, zonder uitzondering, proberen ze het beste voor de leerling te bieden. Door een organisatie neer te zetten waarin het mogelijk is goed te kijken naar leerlingen. Dat betekent dat je sommige vaste structuren verandert in nieuwe en dat is vaak moeilijk, omdat het nieuw is voor de mensen.

Ik ben geen predikers en gelovers tegengekomen. Er wordt vaak gedaan alsof dat wel zo is. Martin Sommers in de Volkskrant (9 mei) schrijft rustig: "Je kunt geen verhaal over onderwijsvernieuwing lezen of alle postmoderne ingrediënten zijn aanwezig: de wijsheid komt helemaal uit de leerling zelf, of uit zijn iPad, en zo’n leraar die voorheen de waarheid in pacht had, is nu vooral een beletsel voor zelfontplooiing." Waar staan die artikelen dan? Ik weet niet wat hij bedoelt. De onderwijsvernieuwers die ik spreek hebben een erg genuanceerd beeld over onderwijs. Ze willen leerlingen helpen om meer wijsheid te verkrijgen, de iPad kan daar een beetje bij helpen en de leraar is zoveel belangrijker dan de niet-bestaande pomp waarvan je een litertje kennis kunt tanken. De discussie wordt zo op het spits gedreven. Jammer, want er is zo veel te leren van elkaar! Vandaar ook de titel van het boek.

Ik ben zoekers tegengekomen. Mensen die kritisch op zichzelf zijn, maar ook op de wereld van het onderwijs. Allemaal mensen met recht van spreken. Allemaal onderschrijven ze het belang van de kerndoelen en eindtermen die we in Nederland hebben afgesproken. Sterker nog: een school als De School in Zandvoort zegt: "De gemiddelde school in Nederland krijgt het niet voor elkaar alle kerndoelen in hun volle breedte aan te bieden." Dat is ernstig en het komt door de manier waarop we ons onderwijs georganiseerd hebben. Die school verandert dat, het kost bloed, zweet en tranen, maar het lukt. Ze halen erg goede resultaten en bewijzen dat het anders kan. Moeten we daar dan niet eens naar luisteren?


Hoe zie jij de rol van ICT bij deze vernieuwers?

Ik wilde dit boek ook maken omdat juist deze scholen verwachten, met hun manier van werken, dat ICT een belangrijke taakverlichtende rol zou spelen. Dat blijkt nog niet zo te zijn. Enerzijds weten de geportretteerden, omdat ze zo goed over hun concept hebben nagedacht, precies wat ze willen. Anderzijds merken ze dat het vaak nog niet bestaat. De wet van de remmende voorsprong… Het houdt de ontwikkeling van hun onderwijsconcept niet tegen, maar op den duur, zo zeggen de scholen, moeten digitale onderwijstoepassingen toch loskomen van het denken in jaarklassen, van het beoordelen in goed/fout en zich gaan richten op het volgen van de individuele leerling op meerdere facetten. Gebeurt dit niet, dan zal geen enkele school echt kunnen personaliseren, dat is te arbeidsintensief.


Wat leerde je van het maken van dit boek?

Het mooiste dat ik heb gezien, was dat iedere school die we beschreven echt een lerende organisatie bleek te zijn. Niets gebeurt zomaar. Docenten zijn voortdurend met elkaar aan het leren. Dat is natuurlijk ook vermoeiend, maar de scholen gunnen zichzelf niet af te glijden in routines die vervolgens een eigen leven gaan leiden. Dat vind ik zó knap! Ze leerden mij: zorg dat je weet waarom je iets doet en nog belangrijker: zorg dat de leerling weet waarom hij iets doet.

Het is zo belangrijk dat leerlingen leren hoe ze leren, want dát brengt ze verder. Bijvoorbeeld in competenties voor de 21e eeuw. Laat leerlingen snappen dat ze moeten blijven leren. Het gaat niet om harde kennis alleen. En ICT en het Internet zijn voor deze scholen volstrekt logische middelen, die hun plek hebben in het onderwijs. Krachtig en onmisbaar.


Het boek Scholen om van te leren verschijnt op 27 mei en is digitaal gratis te downloaden bij Kennisnet of als prachtig vormgegeven fotoboek (fotograaf: Dirkjan Visser) te bestellen voor € 19,90.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten