vrijdag 22 mei 2015

MOOC: De toekomst van 21st century skills

De MOOC Assessment and Teaching of 21st Century Skills is bijna voorbij. Deze week behandelen professoren Patrick Griffin en Esther Care onder andere de toekomst van 21st century skills.

Een breder perspectief
Op het gebied van 21st century skills ligt er nu de uitdaging voor het ontwikkelen van geschikte onderwijsmaterialen en toetsing. Het zal nog wel een poos kunnen duren voordat dit dit allemaal is uitgekristalliseerd. Naar mate gericht onderzoek meer en meer bevindingen oplevert, is het goed mogelijk dat de komende jaren nog het nodige verandert aan het beeld van de 21st century skills.

Het debat nu richt zich vooral op het feit dat de huidige maatschappij nieuwe vaardigheden verlangt van burgers, dus het onderwijs zal moeten meebewegen. Echter, ondanks de consensus dat leerlingen voorbereid moeten worden op een veranderende informatiemaatschappij, blijven veel onderwijssystemen zich voornamelijk richten op cognitieve vaardigheden, en dan met name Taal en Rekenen.

De meeste mensen zijn het er over eens dat nieuwe vaardigheden, 21st century skills, noodzakelijk zijn en dat de oude vaardigheden belangrijk blijven. Maar de aandacht in het onderwijs voor de verwerving en toetsing van deze nieuwe vaardigheden, blijft achter bij de verwachtingen van werkgevers en industrieën.

Het bemoedigt dat PISA in 2015 ook collaborative problem solving (CPS) zal meten. Daarmee wordt expliciet een inpuls gegeven om 21st century skills op te nemen in het onderwijs. Bij het ontwerpen van onderwijs dat rekening houdt met de 21st century skills, is het belangrijk om naast cognitieve doelen ook intrapersoonlijke en interpersoonlijke doelen op te nemen. Het is tijd dat leerkrachten nu gezamenlijk verder te bouwen aan rijk onderwijs dat hier recht aan doet.



Leren in digitale netwerken
Deze MOOC neemt als uitgangspunt collaborative problem solving (CPS) als voorbeeld van 21st century skills. De beoordelingstaken om dit te kunnen meten zijn zo nauwkeurig mogelijk ontworpen om recht te doen aan alle deelvaardigheden. Het idee is natuurlijk dat deze deelvaardigheden ook in andere, realistische, problemen ingezet kunnen worden. Hopelijk is een transfer mogelijk van de gecontroleerde beoordelingstaken, naar realistische problemen in het echte leven.

Om dit te illustreren is het handig om te kijken naar overige 21st century skills, zoals ICT geletterdheid. Hoe hebben hedendaagse digitale tools invloed op samenwerking? De ontwikkelingen op technologisch gebied hebben de manier waarop informatie en mensen benaderd worden nogal veranderd. Door de komst van web 2.0 kan iedereen gemakkelijk via het Internet informatie uitwisselen en gezamenlijk kennis bouwen. Er ontstaan gigantische internationale netwerken op allerlei niveaus, waardoor kennis veel sneller toegankelijk wordt.

Over de ontwikkelingen van het World Wide Web en het Internet heb ik zelf een aantal maanden geleden een kennisclip gemaakt. Deze sluit mooi aan bij het verhaal van Griffin en Care:



Deze ontwikkelingen hebben uiteraard invloed op de werknemers van de 21e eeuw. Zij worden geacht om met al deze tools te kunnen werken. Dit heeft dan natuurlijk ook implicaties voor het onderwijs, want de leeromgeving is aangepast; dankzij mobiele technologie hebben leerlingen overal en altijd toegang tot kennis en kunnen ze altijd communiceren met anderen.

Zoals een leerling kenmerkend stelde: "Iedereen heeft een mobiele telefoon. Een krachtige computer, waarop alle informatie van de hele wereld toegankelijk is. Op school doen we net of die niet bestaat..." Het werkelijke beeld is natuurlijk veel genuanceerder.

Wat leerlingen nu vooral zouden moeten leren is hoe ze verschillende technologieën kunnen gebruiken. Ze moeten leren hoe ze informatie kunnen vinden, samenvoegen, verwerken en uitwisselen. Ze moeten kunnen filteren: wat is nuttig en wat is irrelevant? Wat is betrouwbaar? De meeste mensen omschrijven dit als informatievaardigheden.

Veel landen besteden gelukkig aandacht aan ICT in het onderwijs. Als voorbeeld geeft Care een overzicht van het Australische curriculum (de MOOC is tenslotte een cursus van de universiteit van Melbourne), waarin de volgende opbouw naar voren komt:
  • Instrumentele vaardigheden;
  • Onderzoeken met ICT;
  • Creëren met ICT;
  • Communiceren met ICT;
  • Sociale en ethische protocollen toepassen.

Deze opbouw gaat uit van een progressie van aangeleerde basisvaardigheden naar geautomatiseerd en geïntegreerd ICT-gebruik. Deze opbouw kan redelijk eenvoudig aangepast worden naar de behoefte om te kunnen leren binnen digitale netwerken. De mogelijk nieuwe opbouw zou als volgt zijn:
  • Consument in digitale netwerken;
  • Producent in digitale netwerken;
  • Deelnemen aan opbouwen van sociaal kapitaal in digitale netwerken;
  • Deelnemen aan opbouwen van intellectueel kapitaal in digitale netwerken.

Deze potentiële opbouw is gelijk qua achterliggende gedachte, namelijk dat het eerst noodzakelijk is om basisvaardigheden te verkrijgen, voordat het mogelijk is om deze actief in te zetten voor verdieping en verrijking. Deze opbouw is, net als collaborative problem solving, om te zetten naar concreet meetbaar gedrag, waardoor een ontwikkelingsschaal gemaakt kan worden.

Deze ontwikkelingsschaal zal een grote hoeveelheid aan deelonderwerpen beslaan, zoals leren in netwerken, informatievaardigheden, computational thinking, digitale geletterdheid, instrumentele vaardigheden, mediawijsheid, etc. Al deze deelonderwerpen dragen bij aan leren leren.  

Met name de laatste twee onderdelen van de nieuwe opbouw, het opbouwen van sociaal en intellectueel kapitaal, zal een grote impact hebben op hoe leerlingen leren. Nu samenwerken, op school en daarbuiten, meer en meer met behulp van digitale middelen gebeurt, lijkt het een logische volgende stap om te ontdekken hoe ICT geletterdheid als 21st century skill geconcretiseerd kan worden. Het vervolgonderzoek van Griffin en Care zal zich hier op richten.



Het implementeren van 21st century skills in andere landen
In de allerlaatste video bespreken Griffin en Care hoe zij aankijken tegen de implementatie van 21st century skills in het onderwijs van andere landen. Zij hebben hun onderzoek uitgevoerd in landen die qua technologie vergevorderd zijn, namelijk Australië, Finland Singapore, Verenigde Staten van Amerika, Costa Rica en Nederland.

In deze landen zijn opdrachten die aandacht besteden aan 21st century skills waarschijnlijk gemakkelijk in te bedden, omdat de ICT infrastructuur kwalitatief goed is. Hoe zou dit gerealiseerd kunnen worden in ontwikkelingslanden, waar dit niet het geval is? En zijn 21st century skills überhaupt wel relevant in ontwikkelingslanden?

Care benadrukt dat het onderwijs in de meeste landen, wereldwijd, zich meer en meer richt op het ontwikkelen van competenties. Zij geeft aan dat technologie absoluut essentieel is geweest voor hun onderzoek, maar het is heel goed mogelijk om zonder technologie aandacht te besteden aan de 21st century skills (creativiteit, kritisch denken, probleemoplossend vermogen, etc.). Je hoeft niet per se direct op volle kracht met de 21st century skills aan de slag te gaan, als je maar ergens begint.

Een bijzonder voorbeeld is Costa Rica, wat niet zo'n rijk land is. Daar krijgt de zeer gepassioneerde minister van onderwijs, Leonardo Garnier, vanuit zijn drive en visie veel voor elkaar. Zo is in het hele land een grote investering in de ICT infrastructuur geweest. Daarnaast is er veel ruimte voor scholing van leerkrachten en inbedding in het onderwijscurriculum.

Ook andere landen, zoals Vietnam en Zuid-Korea, bewegen zeer bewust naar een meer vaardighedenbekwaam of competentiebekwaam onderwijscurriculum. Deze landen hebben grootschalige economische plannen en beseffen dat technologie hier een zeer belangrijke rol bij speelt. Deze ontwikkelingen zouden een mooie stimulans voor andere landen kunnen zijn om te weten welke kant ze op moeten gaan.



Om echt verandering teweeg te kunnen brengen is het belangrijk om op drie gebieden tegelijk in te zetten, namelijk het veranderen van toetsing, lesgeven en het curriculum. Als je maar aan één gebied werkt en de andere negeert, dan gebeurt er niets. Na misschien een enthousiast begin, valt het onderwijs snel terug in oude gewoontes.

Een interessant fenomeen is dat de 21st century skills aansluiten bij de behoeften van een informatiemaatschappij (of kenniseconomie) van rijke landen. Deze rijke landen hebben hun industrie vaak verplaatst naar ontwikkelingslanden. In deze ontwikkelingslanden is dus, vanwege hun industriële maatschappij, een wezenlijk andere behoefte op het gebied van onderwijs.

Care nuanceert dit beeld en geeft aan dat de meeste ontwikkelingslanden doorgroeien naar een informatiemaatschappij. Misschien niet altijd heel doelbewust, maar het gebeurt wel. Daar tegenover staan de landen die wel heel bewust aangeven dat ze 21st century skills van groot belang vinden, maar ook in die landen is nog lang niet helder uitgedacht hoe dat dan daadwerkelijk moet gebeuren! Kortom, de kloof is lang niet zo groot als gedacht!

Op het gebied van onderwijs lijkt er een soort wereldwijde consensus te zijn over de te nemen richting. De leerkracht is niet langer de kennisverspreider en de leerlingen zijn niet langer het lege vat. Zodra je toegang tot het Internet hebt, en dus toegang hebt tot alle informatie over de hele wereld, dan ontstaat er een andere rol voor de leerkracht.



Misschien is dat op dit moment het grote verschil tussen de rijke landen en ontwikkelingslanden: de toegang tot het Internet op scholen. Als dat er niet is, dan is de leerkracht vaak nog wel de grote kennisverspreider. Dat is precies wat er moet veranderen; leerlingen moeten proactiever worden. Dat is bovendien ook wat er van hen straks gevraagd wordt in de wereld.

Maar de achterstand hierin van de ontwikkelingslanden kan wel eens heel snel worden ingehaald. Immers technologieën worden steeds betaalbaarder, zoals microcomputers en goedkope smartphones. Het voordeel dat ontwikkelingslanden hebben, is dat als ze nu investeren in technologie, ze direct kwalitatief goede technologie kunnen krijgen. Ze hebben geen last van de wet van de remmende voorsprong. Zoals in Nederland nu veel scholen oude computers en digiborden hebben, die eigenlijk vervangen moeten worden, maar er is helaas geen budget voor...


Conclusie
Als docent ICT & Onderwijs hoef ik niet overtuigd te worden van het belang van ICT in het onderwijs. Wanneer ICT op een doordachte en juiste manier wordt ingezet, kan het een enorme verrijking zijn om de vakinhoud en de didactiek te versterken. Ik zal met grote interesse het vervolgonderzoek van Griffin en Care proberen te volgen evenals de ontwikkelingen op het gebied van de 21st century skills in het algemeen!

Dit waren de laatste video's van de MOOC. Ik heb alle toetsen gemaakt en mijn schriftelijke opdracht ingeleverd. Volgende week moet ik nog de schriftelijke opdracht van minimaal drie medestudenten beoordelen en dan is het echt klaar. Ik heb ontzettend veel geleerd van deze MOOC en geprobeerd om de essentie zo helder mogelijk weer te geven in vele blogartikelen. Daarmee hoop ik de kennis te verspreiden en anderen weer te inspireren.

Mijn beeld van de 21st century skills is zeker verdiept en verrijkt. Ik kan me er nu veel concreter iets bij voorstellen en ook het belang er van onderschrijven. Ik ben me er van bewust dat er velen zijn die sceptisch naar de 21st century skills kijken, maar laten we vooral met elkaar het gesprek voeren!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen