woensdag 23 september 2015

MOOC: Keuzes maken qua hardware, ICT infrastructuur en fysieke ruimte

In de vijfde week van de MOOC: Blended Learning kijken Brian Greenberg, Michael Horn en Rob Schwarz specifiek naar welke keuzes je moet maken op het gebied van hardware, ICT infrastructuur en de inrichting van de fysieke ruimte.


Hardware en ICT infrastructuur
Bij de benodigde hardware en ICT infrastructuur willen Greenberg en Horn niet te specifiek stil staan. Het gaat hierbij volgens hen vooral over je gezond verstand gebruiken. Bovendien veranderen de mogelijkheden flink op dit terrein elke zes tot twaalf maanden. Echter, ze willen wel een aantal tips geven wanneer je hier over nadenkt:

Tip #1: Het onderwijskundig ontwerp bepaalt welke hardware je nodig hebt. 
Bij een ambitieus flexibel model van blended learning zijn leerlingen een groot gedeelte van de dag zelfstandig achter de computer (online) aan het werk. Dan heb je per leerling een computer of laptop nodig. Bij een rotatiesysteem met drie stations heb je waarschijnlijk genoeg aan computers voor een derde van de klas. Kortom, het model bepaalt welke hardware je nodig hebt.

Tip #2: Snel draadloos internet
Hoeveel hardware je ook nodig hebt, je hebt sowieso een snel, betrouwbaar en draadloos internet nodig. Per 1000 leerlingen heb je minimaal 100 Mb/s nodig. Dat red je makkelijk met glasvezel. Mocht je dat niet halen, dan loop je tegen allerlei beperkingen en frustraties in de blended leeromgeving.

Dit is overigens onlangs een interessante discussie in Nederland geweest. In de media verscheen de melding dat er nog behoorlijk veel basisscholen verstokt zijn van snel internet. Meer informatie hierover staat op NOS.nl, NU.nl en de website van de PO-Raad.

Tip #3: Opladen en stopcontacten
Meer en meer scholen stappen over van een vast fysiek computerlokaal met desktopcomputers, naar het gebruik van laptops en tablets. Bedenk dan wel dat deze apparaten een hele werkdag mee moeten kunnen gaan op één accu. De meeste tablets redden dat wel, maar bij laptops is dat vaak al lastiger. De MacBook (Air) kan wel een hele dag op de accu werken. 

Zorg ook voor voldoende stopcontacten en opbergruimte om alle apparaten elke nacht weer op te laden. Als leerlingen hun apparaat mee naar huis nemen, moeten er ook duidelijke afspraken over worden gemaakt, zodat het apparaat de volgende dag weer met een volle accu mee naar school komt.
Het kan handig zijn om een paar reserveplekken op school te hebben, waar leerlingen altijd kunnen werken.

Tip #4: Chromebooks
Je kunt in feite kiezen voor een vaste computer, laptop of tablet. Er is niet één advies te geven dat altijd het beste werkt. Wel valt het op dat steeds meer scholen gebruik maken van Google Chromebooks. Dit zijn relatief goedkope laptops (ongeveer $ 250 per stuk) en ze zijn zeer vriendelijk qua beheer. De accu's houden het een hele dag vol. Omdat het werken allemaal in de cloud gebeurt, maakt het ook niet uit op welke Chromebook een leerling werkt. Heel gebruiksvriendelijk. 

Het nadeel van Chromebooks is dat je een goede draadloze internetverbinding nodig hebt. En zorg dat de software die je wil gebruiken daadwerkelijk op Chromebooks draait. Als de software webbased is, is dat geen enkel probleem.

Tip #5: iPads
Veel scholen zijn gecharmeerd van iPads. Het werken met een tablet is op veel gebieden prettiger dan met een laptop. Lezen vanaf het scherm is gemakkelijker en voor jongere kinderen is de besturing intuïtiever. Bovendien zijn veel apps exclusief voor tablets gemaakt. Echter, naar mate leerlingen ouder worden, gaan ze meer en meer teksten zelf typen. Daarbij is een fysiek toetsenbord veel fijner dan werken met een softwarematig toetsenbord op een tablet. Er zijn natuurlijk hybride-oplossingen (zoals de Surface of de iPad Pro), maar dit is weer omslachtiger en vele malen duurder dan de Chromebooks.

Tip #6: Beheer
Bedenk als school goed hoe je alle apparaten gaat beheren. Hoe regel je updates en synchroniseer je instellingen in één keer? Chromebooks hebben een heel toegankelijk beheersysteem waardoor dit eenvoudig te realiseren is.

Tip #7: Geld
Scholen zijn vaak geneigd om goedkope netbooks of oude PC's aan te schaffen, omdat de initiële aanschafsprijs laag is. Maar daarbij vergeten ze hoeveel tijd en energie het kost om deze apparaten werkend te houden. Houd dus bij de aanschaf niet alleen rekening met de intiële kosten, maar ook bij de beheerkosten gedurende een langere periode.

Tip #8: Zware computers
Voor sommige opdrachten heb je wellicht een zware computer nodig, zoals 3D ontwerpen of videobewerking. Dan is een Chromebook onvoldoende. Het is aan te raden om slechts een paar zwaardere computers aan te schaffen en deze apart te houden voor dit soort opdrachten.


De inrichting van de fysieke ruimte
Bij de inrichting van de fysieke ruimte draait het om de plek waar de leerlingen werken in de blended leeromgeving, bijvoorbeeld het klaslokaal zelf. De werkomgeving heeft een behoorlijke invloed op het leerrendement bij leerlingen. Omdat blended learning nog een relatief nieuw fenomeen is, is er (nog) geen optimaal ontwerp voor de fysieke ruimte. Ook op dit terrein willen Greenberg en Horn enkele tips delen.

Tip #1: Vorm volgt functie
Het uitgangspunt is altijd wat het gewenste leerresultaat is. Op basis daarvan kun je de leeromgeving inrichten of ontwerpen. In de architectuur spreekt men wel van vorm volgt functie. Begin dus met de meest ideale leerervaring voor de leerling en denk dan kritisch na over de omgeving. Laat je niet beperken door de vier muren van het klaslokaal met een leerkracht voor het digibord als standaard opstelling.

Tip #2: Flexibiliteit
Veel scholen die overstappen naar blended learning hebben behoefte aan grotere open werkruimtes in de school. Echter, het is verstandig om flexibel met ruimte om te kunnen gaan. Met inklapbare muren en verschuifbare kasten is de grote open ruimte snel anders in te delen. In feite kun je het beste zoveel mogelijk meubilair op wieltjes plaatsen, dat geeft je het meeste flexibiliteit.

Handige tip: zet zo'n grote IKEA boekenkast (met al die vierkante vakjes) op wieltjes en schroef een whitebord aan de achterzijde. Ideaal als boekenkast, garderobe, wand, instructieplek, etc.

Tip #3: Visualiseren
Stel jezelf de volgende vragen:
  • Wanneer wil ik dat leerlingen direct met de leerkracht werken?
  • Wanneer wil ik dat leerlingen zelfstandig achter de computer werken?
  • Wanneer wil ik dat leerlingen samen werken aan projecten?
Met een rotatiemodel is het mogelijk om binnen een klaslokaal drie gebieden te onderscheiden voor deze activiteiten. De directie instructie ruimte kan namelijk veel kleiner zijn, omdat er hooguit een derde van de leerlingen bij de leerkracht is voor de instructie. Bij elk van deze drie stations kun je creatief nadenken over de ideale indeling/inrichting. Bedenk wel dat het voor een leerkracht fijn is om in één oogopslag overzicht over de hele klas te behouden en om op de computerschermen van de leerlingen te kunnen kijken.

Tip #4: Meubilair
Het meubilair en de overige inrichting van de ruimte heeft een flinke impact op het leefklimaat van de school. Dat gaat ook over het gebruik van lichte heldere kleuren en inspirerende werkplekken. Zo zijn er scholen die werkplekken creëren in een café-achtige setting, plekken om staand te werken, werkplekken om te chillen in zitzakken, etc. Dit stimuleert leerlingen vaak enorm bij hoe ze willen leren.

Tip #5: Iteratief proces
Zoals bij elke vernieuwing heeft ook de fysieke inrichting tijd nodig om zich aan te passen aan de wensen van de school. Misschien is dit wel een continu proces (als de wensen zich blijven aanpassen), maar neem ook echt de tijd om iteratief naar de inrichting te kijken en nieuwe verbeterpunten uit te denken.


Conclusie
Het is, zoals de Greenberg en Horn ook aangeven in de video's, geen volledig overzicht van hoe je een school optimaal moet inrichten. Maar ze brengen telkens als hoofdboodschap om los te komen van traditionele aannames en op een creatieve manier naar alle facetten van het onderwijs te kijken. Dit allemaal vanuit het uitgangspunt een zo rijk mogelijke leerervaring voor de leerling te creëren.

Daarmee kom ik aan het einde van week 5 van deze MOOC. Volgende week is de afsluiting met slechts een paar video's en nog een eindopdracht. Ik vind het al met al een heel aardige MOOC die goed inzicht geeft in de mogelijkheden en risico's van blended learning.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen