zondag 13 september 2015

MOOC: Onze aannames in twijfel trekken

In de vierde week van de MOOC: Blended Learning kijken Brian Greenberg, Michael Horn en Rob Schwarz kritisch naar de vaste aannames die in het onderwijs spelen. Hoe vast zijn deze aannames en zitten ze een rijke blended leeromgeving in de weg?

Onderwijs herinrichten
"Als je altijd doet, wat je altijd hebt gedaan, dan krijg je altijd, wat je altijd hebt gekregen." Deze quote, waarschijnlijk van Henry Ford, past prima bij het nadenken over onderwijs. Het onderwijs is in de basis al 100 jaar nauwelijks veranderd. De quote betekent ook dat machines en/of organisaties precies dat produceren waarvoor ze zijn gemaakt. In andere woorden: het onderwijs levert waartoe het is ingericht.


Wanneer je gaat nadenken over het herinrichten van je onderwijs, dan kun je niet alleen afvragen wanneer je wel/niet technologie gaat inzetten, maar het gaat om meer fundamentele aannames zoals de rol van de leerkracht (en andere volwassenen), fysieke ruimtes, indeling van groepen, het lesrooster, etc. 

Bij het implementeren van blended learning gaat het niet om een snelle reparatie, maar om het grondig nadenken van het hele schoolsysteem en vaste structuren om een zo goed mogelijke leerervaring voor de leerling te creëren. Om dat te doen, is het nodig om kritisch enkele vaste aannames te bekijken:

Aanname #1: Het schooljaar
De eerste aanname in het onderwijs is dat het schooljaar loopt van september tot juli. De oorsprong hiervan is terug te leiden tot de agrarische samenleving waarbij kinderen in de zomerperiode op de boerderij moesten meehelpen. In hoeverre is dat tegenwoordig nog actueel? 

Voor veel kinderen heeft de lange zomervakantie juist een negatief effect op hun leerrendement van voor de zomervakantie. Ze vallen terug in luie modus en hebben vaak opstartproblemen aan de start van een nieuw schooljaar. Is het echt nodig om hieraan vast te houden?

Aanname #2: De schooltijden
Veel scholen hebben elke dag een lesrooster van 8.30 uur tot 15.00 uur. Drie redenen om hier eens kritisch over na te denken: 1) Hersenonderzoek wijst uit hoe belangrijk slaap is voor de ontwikkeling van jonge mensen. Past het lesrooster daar altijd goed bij? 2) De meeste kinderen hebben twee werkende ouders, waarbij de oude schooltijden niet altijd heel praktisch zijn. 3) Kijk ook eens internationaal naar scholen en hoe zij hun schooltijden hanteren.

Aanname #3: Het lesrooster
Het lesrooster staat elke dag voor elke leerling, zodat iedere leerling evenveel tijd spendeert aan een vak. Vanuit organisatie is dit wellicht goed te verklaren, maar vanuit gepersonaliseerd leren en individuele behoeftes is dit een onhandig principe. 

Aanname #4: Klassengrootte
De klassengrootte is ontzettend belangrijk en zou de gehele dag ongeveer hetzelfde moeten zijn. Er zijn verschillende meningen over klassengrootte. Sommige scholen hanteren een deel van de dag een grote groepsgrootte en een ander deel van de dag kleinere groepen. 

Aanname #5: Eén klas één leerkracht
Alle leerlingen zitten standaard in een homogene groep in één vast lokaal met één vaste leerkracht. Er zijn scholen die op een andere manier de leerkrachten (en eventuele andere volwassenen) verdelen en inzetten.

Aanname #6: Groepsindeling
Leerlingen moeten altijd bij leeftijdsgenootjes van ongeveer hetzelfde niveau moeten zitten. Deze indeling lijkt vaak praktisch, maar is het noodzakelijk? En wat als één leerling blijft zitten?


Hoe gaan verschillende scholen om met deze aannames?
Diverse voorbeeldscholen gaan verschillend om met deze aannames. Ze hebben hierbij eigen standpunten genomen en oplossingen bedacht. Dat betekent niet dat je het overal mee eens hoeft te zijn. Waar het om gaat, is dat je meer creatieve bewegingsruimte hebt dan je wellicht denkt! Niet alles wat ontzettend vanzelfsprekend lijkt te zijn, staat in steen gegrift!

Aanname #1: Het schooljaar
Wat is het ideale schooljaar? Sommige scholen hebben hier goed over nagedacht en wilden twee verschillende dingen bereiken: 1) voor leerlingen moest het mogelijk zijn om extra aandacht te kunnen besteden aan specialisaties of buitenschoolse activiteiten en 2) voor leerkrachten moest er meer ruimte in het jaar zijn om met elkaar te ontwikkelen en professionaliseren.

Bovenstaand wensenlijstje resulteerde in het hanteren van intersessies. Verspreid over het schooljaar zijn er acht weken waarin de leerlingen vanuit andere instanties, organisaties, vrijwilligers, etc. specifiek projectonderwijs krijgen. Dat zorgt bij de leerlingen voor extra motivatie en even afstand nemen van het vaste curriculum. Tegelijkertijd stelt het leerkrachten in staat om met elkaar af te stemmen en te professionaliseren. 

Er zijn ook scholen die het hele jaar open zijn en met flexibele vakanties werken. Ook in Nederland gebeurt dit bijvoorbeeld bij De School in Zandvoort (zie ook Scholen om van te leren van Frans Schouwenburg). Het gaat er om dat je de schoolkalender flexibel durft in te zetten ten gunste van jouw onderwijs.

Aanname #2: De schooltijden
Wat zijn de ideale schooltijden? Van de voorbeeldscholen hanteert KIPP LA de meest ongewone schooltijden, dagelijks van 07.30 uur tot 17.00 uur. Een relevante vraag hierbij: is dit wenselijk voor elke leerling? Zou het binnen een beheersingsmodel (waarbij leerlingen moeten aantonen dat zij bepaalde lesstof beheersen) zo kunnen zijn dat sommige leerlingen eerder uit zijn? Zouden leerlingen misschien een dag in de week niet hoeven te komen? Of met een speciaal project bezig zijn, waar ze zelf vol passie voor gaan? Kortom, bij schooltijden hoeft er niet een one-size-fits-all oplossing te zijn.

Hieraan gerelateerd is het fenomeen huiswerk. Kunnen leerlingen binnen een beheersingsmodel niet zelf bepalen waar ze het werk willen doen? De school Carpe Diem in Arizona en Indianapolis werkt al op deze manier. Ook bij de Navigator schools kunnen leerlingen die de stof beheersen vroeger naar huis.

Aanname #3: Het lesrooster
Wat is het ideale lesrooster? De voorbeeldscholen rouleren de leerlingen ten opzichte van de leerkrachten. Ze gaan dus naar een bepaalde fysieke locatie in het schoolgebouw om van een specifieke leerkracht les te krijgen. Kijk naar de kwaliteiten van bepaalde leerkrachten en bepaal met welke leerlingen deze het beste kan werken.

Daarnaast zijn er blokken op een dag met flexibele tijd, waarbij leerlingen zelf mogen kiezen waar ze mee bezig zijn. Het kan dus zo zijn dat een leerling tijdens die flextijd meer met Taal bezig is dan met Rekenen-wiskunde. Maar wie zegt dat Rekenen-wiskunde altijd precies 45 minuten duurt voor elke leerling? Voor de flextijd is ook een grotere ruimte in de school ingericht, zodat leerlingen in vrijheid kunnen werken onder begeleiding van meerdere leerkrachten die rondlopen.

Aanname #4: Klassengrootte
Wat is de ideale klassengrootte? Waar het hier om gaat, is dat een klassengrootte niet vast hoeft te staan gedurende de hele dag. Bijvoorbeeld tijdens de flextijd van leerlingen bij Summit Public Schools in Los Angeles. Dan is er soms een 1:50 ratio, terwijl leerlingen geconcentreerd met hun eigen werk bezig zijn. Ook bij Milpitas werken vaak honderd leerlingen binnen computerlokalen met slechts enkele leerkrachten om alles te begeleiden. Hierdoor zijn andere leerkrachten op de school vrij om in kleinere groepen gerichte begeleiding te geven.

Bij Alpha Public Schools in San Jose is de standaard klassengrootte 34 leerlingen, waarbij gedurende de dag altijd de helft van de leerlingen achter de computer werkt en de helft rechtstreeks met de leerkracht werkt. Dat betekent dat je als leerkracht altijd met 17 leerlingen tegelijk werkt.

Aanname #5: Eén klas één leerkracht
Wat is de beste manier om volwassenen in te zetten in de school? Vorige week in de MOOC stond de veranderende rol van de leerkracht centraal. Vraag jezelf af welke leerkracht het beste past bij welke les. Welke leerlingervaring wil je idealiter bereiken? Welke leerkrachten heb je daarvoor nodig? En hoeveel? En hoe spenderen zij hun tijd?

Scholen die zich hiermee bezig houden, kijken kritisch naar momenten op een dag waarop echt vaardige leerkrachten nodig zijn en wanneer andere volwassenen (zoals de directeur, onderwijsassistenten, remedial teachers, etc.) ingezet kunnen worden. Het komt er op neer dat je de juiste leerkracht op het juiste moment inzet. Niet langer die ene leerkracht die alles in het gesloten klaslokaal doet, maar echt als een team opereren.

Aanname #6: Groepsindeling
Wat is de ideale groepssamenstelling? Het is op het gebied van cognitieve ontwikkeling vreemd dat leerlingen op basis van leeftijd bij elkaar zitten. Wanneer leerlingen geclusterd worden op basis van interesse of cognitieve ontwikkeling, dan komen automatisch oudere leerlingen bij jongere leerlingen te zitten. Een neveneffect hiervan is dat oudere leerlingen zich bekommeren om jongere leerlingen en jongere leerlingen kunnen zich optrekken aan de oudere leerlingen.

Vanuit traditioneel vernieuwingsonderwijs is dit in Nederland heel herkenbaar. Denk bijvoorbeeld aan Jenaplan onderwijs, waar leerlingen van groep 3, 4 en 5 altijd bij elkaar zitten, evenals groep 6, 7 en 8. Het maakt het differentiëren veel gemakkelijker.


Conclusie
Ik vind het mooi hoe deze MOOC aandacht besteed aan vaste aannames in het onderwijs en zich terecht afvraagt of dit inderdaad de beste manier is. Ze geven voorbeelden van hoe het anders kan, maar zeggen nergens hoe het anders moet. Sommige dingen kun je zelf uitproberen, voor grotere veranderingen heb je het hele team of de hele school nodig. De uitdaging die deze MOOC stelt is dat je kritisch nadenkt over de inrichting van jouw onderwijs. Ben je blij met hoe het is? Heb je de ideale leerervaring gecreëerd? Of zou je eigenlijk iets anders willen? Want dat zou kunnen!

Ik kan me erg vinden in een aantal voorstellen die gedaan worden. Of ze ook allemaal echt succesvol zijn, durf ik niet te zeggen. Maar kun je creatief denken - buiten gebaande wegen - en durf je je nek uit te steken. Je leert er sowieso wat van!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen