maandag 19 januari 2015

Boek review: Invent to Learn

Het boek Invent to Learn: Making, Tinkering and Engineering in the Classroom verscheen in 2013. De auteurs, Sylvia Libow Martinez en Gary Stager, zijn er in geslaagd om een zeer inspirerend én praktisch boek te schrijven over Wetenschap & Technologie in de klas. Ze beschrijven onderwerpen als constructionisme, de maker movement en ontwerpend leren op een zeer heldere en toegankelijke manier.


Inhoud van het boek
In veertien hoofdstukken (ruim 200 pagina's) behandelt het boek veel verschillende onderwerpen. Het begint met een overview van onderwijsvernieuwers (of grondleggers) die aansluiten bij de onderwijsvisie van de auteurs, zoals Piaget, Reggio Emilia en Seymour Papert. Daarna volgt onder andere een uitwerking van leertheorieën, denkmodellen, projectmatig werken, leren en onderwijzen, revolutionaire technologische ontwikkelingen en de ideale rijke leeromgeving. Hieronder ga ik kort op een aantal van deze onderwerpen in.

Een veel te korte geschiedenis over maken
Dingen maken en dan die dingen beter maken behoort tot de kern van de mensheid. Vanuit de geschiedenis blijkt telkens weer dat leren gebeurt vanuit directe ervaringen; zoals bijvoorbeeld Leonardo da Vinci, Jean-Jacques Rousseau, Maria Montessori en iets later de Zwitserse psycholoog Jean Piaget, de grondlegger van het constructivisme.
Het boek beschrijft de opkomst van de hacker community eind jaren '50 en hoe deze principes nu legitieme uitgangspunten zijn van de maker movement.

"Hackers believe that essential lessons can be learned about the systems - about the world - from taking things apart, seeing how they work, and using this knowledge to create new and even more interesting things." - Steven Levy

Constructionisme
Het constructionisme als leertheorie is een doorontwikkeling van het constructivisme. Deze leertheorie, door Seymour Papert bedacht, gaat er van uit dat leren het beste gebeurt wanneer leerlingen vanuit een betekenisvolle situatie iets maken in de echte wereld. Deze leertheorie ligt ten grondslag aan de maker movement.

(Naar aanleiding van dit boek ben ik bezig met het maken van een kennisclip over het constructionisme. De kennisclip is nog niet klaar, maar het script is al wel te lezen!)

Maker movement
Voor hedendaagse leerlingen spreken 3D printers, robots en programmeren tot de verbeelding. Wanneer deze spannende moderne technologieën worden gecombineerd met ouderwets 'knutselen', kan een traditioneel klaslokaal veranderen in een rijke leeromgeving. Er is, volgens de auteurs, een noodzaak voor een onderwijsrevolutie, waarin ontdekkend leren en creativiteit belangrijker zijn dan werkboekjes en toetsen. Deze revolutie kan goed aansluiten bij de maker movement.

Tegenwoordig is technologie om zelf dingen te maken, te repareren of aan te passen steeds toegankelijker voor de gewone burger. De auteurs onderscheiden drie verschillende gebieden binnen de maker movement die tegenwoordig anders zijn dan een aantal decennia geleden:
  • Fabricating
  • Physical computing
  • Programming
Met Fabricating wordt het maken van 'iets' bedoeld, in de breedste zin van het woord. Zoals bijvoorbeeld het breien van een sjaal, het bouwen van een vogelhuisje, het kleien van een vaas, etc. Met de komst van de 3D printer wordt het ontwerpproces en het maken van prototypes heel toegankelijk voor de gewone burger (en dus ook leerlingen op school!). Leerlingen krijgen met behulp van een 3D printer toegang tot bijna ongelimiteerde ontwerpmogelijkheden.

Physical computing is kunnen omgaan met de technologische hardware. Het boek besteedt aandacht aan de mogelijkheden van de Raspberry Pi, LEGO Mindstorms en Arduino. Het uitgangspunt is dat kinderen leren om deze technologie te gebruiken om problemen op te lossen. Ze moeten niet bang zijn om met technologieën te spelen. En ja, het kan soms ook fout gaan!

Onder Programming verstaan de auteurs het kunnen schrijven van software, zoals Logo, Scratch, Python, Basic, etc. Deze vaardigheid hebben leerlingen nodig om te kunnen communiceren met de hardware. Voor leerlingen is dit vaak hetzelfde als het leren van een vreemde gesproken taal, met het voordeel dat ze direct feedback krijgen. De hardware (bijvoorbeeld een robot) doet doet namelijk direct wel/niet wat de bedoeling is.

Less Us, More Them
Leerkrachten hebben vaak de illusie dat leerlingen alleen leren als ze luisteren naar wat de leerkracht vertelt. Daarmee ontneem je hen de ruimte om eigen persoonlijke ervaringen op te doen. Het is een uitdaging voor leerkrachten om leerlingen ruimte en verantwoordelijkheid te geven over hun eigen leerproces. Toegegeven, dat valt niet mee binnen het stramien van toetsing, kerndoelen, eindtermen, lesmethodes, etc. Maar het is juist dat stramien dat het leren belemmert... Gaan de kinderen naar school om leerkracht te plezieren, of werkt de leerkracht op school om kinderen te leren leren? Een mooi uitgangspunt voor elke leerkracht is het mantra Less Us, More Them.

"Never help a child with a task at which he feels he can succeed" - Maria Montessori

Think, Make, Improve
Alhoewel er al talloze denkmodellen beschikbaar zijn, komen de auteurs met een eigen denkmodel. Zij willen hiermee terug naar de essentie van ontwerpend leren. Hun denkmodel bestaat uit slechts drie stappen: Think, Make, Improve.

Het idee van dit eenvoudige TMI model is dat leerlingen minder tijd verspillen aan praten en meer tijd besteden aan doen. Het zou een gewoonte moeten zijn dat kinderen durven uit te proberen, zonder bang te zijn fouten te maken. Leerlingen kunnen altijd hun werk verbeteren, mooier maken of aanpassen om plotseling iets heel anders te kunnen doen. Als leerlingen echt 'vast' zitten, kun je als leerkracht nieuwe input (of prompt) geven, maar eigenlijk zou je de woorden 'Ik ben klaar!' nooit moeten horen in een makeromgeving.

"If you want to build a ship, don't drum up people to collect wood and don't assign them tasks and work, but rather teach them to long for the endless immensity of the sea." - Antoine de Saint Exupéry

Conclusie
Voordat ik het boek had gelezen, had ik het idee om over dit boek een kennistoets te maken voor studenten. Dat leek mij de beste garantie dat studenten dit boek daadwerkelijk zouden lezen. Mijn collega Gerard Dummer gaf aan dat hij het boek ongeschikt vond om een kennistoets bij te maken. Ik begreep niet echt wat hij bedoelde, maar nu ik het boek zelf gelezen heb, ben ik het roerend met hem eens.

Het boek is bovenal een inspiratieboek. Hoe kan het onderwijs beter, anders, rijker, betekenisvoller, innovatiever, meer leerlinggestuurd, meer vanuit eigen ervaringen, minder productgericht (lees: toetsing) en meer procesgericht? Het boek is zoveel meer dan een oproep om actief met Wetenschap & Technologie aan de slag te gaan in het basisonderwijs. Het enthousiasmeert om nieuwe dingen te gaan doen en niet bang te zijn om los te laten en fouten te maken. Volgens mij kan iedereen dat wel een beetje gebruiken...


Meer informatie over het boek staat op http://www.inventtolearn.com


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen