maandag 16 november 2015

Webinar: Virtuoze School met Gert Biesta

Vanavond was een webinar over de virtuoze school met Gert Biesta (www.hetabc.nl/webinar-virtuoze-school). Gert Biesta is Professor of Education aan het Department of Education van Brunel University London. Hij is visiting professor bij het lectoraat Kunstacademie van ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten en bij NLA University College, Bergen in Noorwegen. Daarnaast is hij geassocieerd lid van de Onderwijsraad en inspirator voor de Virtuoze School.

Ik heb de webinar met veel interesse gevolgd en doe hieronder verslag van mijn bevindingen:

Wat betekent nu goed onderwijs? Om het kostbare gedachtegoed hierover van Gert Biesta te delen is dit webinar opgezet. Het doel is om het idee van virtuositeit te bespreken en om beter zicht te krijgen op virtuoos onderwijs en virtuoos onderwijzen.

STAP 0: De context
Wat zou het onderwijs zijn zonder virtuositeit? Biesta vergelijkt dat met een worstfabriek. Eenvormig, saai en voorspelbaar.


Waar docenten handelen volgens vooraf geformuleerde 'scripts'. Volgens Biesta is dit best de droom van sommige beleidsmakers en onderzoekers... Maar wat veel erger is, waar ook leerlingen/studenten handelen volgens vooraf geformuleerde 'scripts'. Dit is al meer aan het gebeuren is dan we misschien denken. Onderwijsinstellingen proberen te standaardiseren hoe studenten denken. Er is steeds meer de behoefte om controle te krijgen op de student en het studeren.

Dit zorgt voor voorspelbaarheid en probeert risico's te mijden. Het is ook een onderwijssysteem wat niet meer levendig is. Is dat dan goed onderwijs? Volgens Biesta zeker niet. Onderwijs is een levendig proces en dus is er kwaliteit van docenten nodig!


STAP 1: Het begrip virtuositeit
Virtuositeit houdt volgens Biesta het volgende in: "Het belichaamde vermogen om in concrete situaties datgene te doen wat onderwijspedagogisch gezien wenselijk is." 

Het gaat om het kunnen oordelen over hoe en oordelen over het waartoe.

Waarom hebben we het begrip virtuositeit nodig? Het is een alternatief voor competentiegerichte benaderingen. Deze hebben vooral hun focus op kunnen, maar niet op het kunnen oordelen over wat er wanneer gedaan moet worden. Deze benaderingen zijn dus vaak te beperkt.

Het is ook een alternatief voor evidence-based benaderingen. Die willen het oordeel vervangen door 'bewijs' over 'wat werkt'. Vaak zonder te vragen wat werkt voor wat, voor wie, en tegen welke prijs. Ze zijn gebaseerd op een causale conceptie van onderwijs. Eveneens te beperkt.

Bij virtuoos onderwijzen en virtuoos onderwijs staat de docent in het hart van het onderwijsproces. Als belangrijke eigenaar, maar niet de enige eigenaar! Er zijn veel verschillende belanghebbenden, maar de docent is de centrale schakel.

Het gaat om een kwaliteit van professioneel handelen, niet van denken; niet logisch-deductief, maar belichaamd; het handelen 'doordacht' maken, oftewel in de vingers krijgen. Het heeft dus veel te maken met denkend handelen, maar ook met goed waarnemen. Je moet situaties onderwijspedagogisch kunnen zien en daarop handelen.

Het vermogen om te kunnen zien wat er in deze specifieke situatie nodig is. Het vermogen om mogelijkheden te zien die nog geen realiteit zijn en daarop te anticiperen. Onderwijspedagogisch handelen is dus georiënteerd op het niet-zichtbare. Hiervan is onlangs een mooie Noorse publicatie verschenen: Pedagogikk for det uforutsette (Torgersen, 2015). Misschien komt deze ook in het Engels of Nederlands beschikbaar?


STAP 2: Theorie (geïnspireerd door Aristoteles)
Het uitgangspunt is dat er twee soorten handelen zijn:
  1. Handelen in het domein van het onveranderlijke. Veel in de wereld is onveranderlijk, zoals natuurkundige wetten. Hierbij gaat het om oorzaken en gevolgen.
  2. Handelen in het domein van het veranderlijke. Bijvoorbeeld het sociale domein. Hierbij gaat het om handelingen en mogelijke gevolgen.
Dit tweede handelen is een kunst, geen wetenschap. En kunst vraagt om virtuositeit. Er zijn zelfs weer twee kunsten in de wereld van het veranderlijke: de kunst van het maken en de kunst van het handelen. Met name het onderscheid hiertussen is belangrijk.
De eerste is vakmanschap. Kunnen oordelen over het toepassen van algemene kennis in steeds weer unieke situaties. De vraag van het hoe (Grieks: techne)
De kunst van het handelen gaat om het oordelen over wat er gedaan moet worden. Geen kwestie van vakkundigheid maar van praktische wijsheid (Grieks: phronesis).

Daarmee is virtuositeit (van het Griekse woord arete) geen vaardigheid of competentie, maar een kwaliteit van het 'zijn'.

In het onderwijs geldt altijd naast de vraag hoe je iets doet, de vraag waartoe je iets doet. Goed om in je achterhoofd te houden!


STAP 3: De vraag naar het waartoe van onderwijs en onderwijzen
Wat is nu de bedoeling van het onderwijs. Een suggestie van Biesta: "Volwassen vrijheid mogelijk maken. Daarom is onderwijs geen kwestie van het maken van dingen (produceren) maar van het volwassen-in-de-wereld-willen-zijn mogelijk maken (scheppen)."

De doelen van het onderwijs zijn drieledig:
  • Kwalificatie (kunde);
  • Socialisatie (omgangskunde);
  • Persoonsvorming  (volwassen worden).
Let op: dit zijn niet drie deelgebieden van het curriculum, maar drie aspecten die op ieder moment aan de orde zijn. (Bijvoorbeeld: feiten uit je hoofd leren, werkt ook socialiserend en persoonsvormend)

Biesta onderscheidt drie oordeelsmomenten in al het onderwijspedagogisch handelen:
  1. Wat willen we dat onze studenten in ieder domein bereiken?
  2. Wat is de meest geëigende manier om dat te bereiken? Effectiviteit en vormende kwaliteit. Hoe wil je het liefst handelen?
  3. Hoe gaan we om met spanning en 'trade offs'? Soms gaan activiteiten ten koste van andere doeldomeinen. Ben je je daar bewust van?
Dat zorgt allemaal voor een behoorlijk complex speelveld van de leraar (een beetje zoals 3D schaken). De drie componenten van virtuositeit (vakmanschap, oordeelsvermogen en oriëntatie) hebben altijd invloed op elkaar. Als je dus met één bezig bent (kwalificatie), wat voor invloed heeft dit dan op de andere domeinen?


Onderwijspedagogisch handelen is altijd een pragmatische kwestie. Niets is wenselijk in zichzelf. Alles hangt af van het doel en de bedoeling. Soms flexibel, soms star, soms gesloten, soms open, soms leerling-gericht, soms leerstof-gericht, soms helder, soms onhelder, etc. 


STAP 4: De vorming van virtuositeit
Hoe ontwikkel je nu virtuositeit? Eenvoudig gezegd: door te oefenen, oefenen, oefenen! Praktische hulpmiddelen hierbij zijn jezelf waarnemen, eventueel via video-opnames en collega's waarnemen. Daarnaast kun je op meerdere niveaus oefenen:
  • Oefenen van oordelen: wat is in deze situatie onderwijspedagogisch gezien wenselijk? Lerarenopleidingen: begin op dag 1 met deze vraag en ga de komende jaren deze vraag verdiepen. Dit is het fundament!
  • Oefenen van waarnemen: onderwijspedagogisch leren kijken;
  • Oefenen van het spreken: anders gaan spreken over onderwijs en onderwijzen;
  • Oefenen van het handelen: in het diepe! In de praktijk uitproberen!

STAP 5: Een nieuwe kennisbasis voor het onderwijs
De evidence-based benadering probeert kennis in, van en over het onderwijs in algemene abstracte en gedecontextualiseerde 'wetten' te vangen. Daarmee zet het uiteindelijk het weten van de docent buitenspel.

Maar virtuositeit geeft op nieuw aandacht aan het weten van de docent! Zie ook de publicatie van Shulman, The Wisdom of Practice (2004).

En er zijn twee taken: dit (belichaamde) weten zichtbaar maken, zodat het verder doordacht kan worden. En dit (belichaamde) weten deelbaar maken, zodat het op andere plekken benut kan worden.

In het onderwijs moeten we meer het belang inzien en van onderwijspedagogische casuïstiek, net zoals medische casuïstiek en juridische casuïstiek. Conclusie: we moeten eduprudentie ontwikkelen, net als jurisprudentie!

Als een vervolg op dit webinar is er een werksessie gepland op 11 december. Op 31 maart is er een volgend webinar en op 18 april een inspiratiesessie. Aanmelden voor deze activiteiten kan via www.hetabc.nl/virtuozeschool 





Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen