dinsdag 9 juni 2015

Interview: Niels Baas

In het kader van mijn persoonlijke onderzoek naar wat mediawijsheid nu precies inhoudt, interview ik verschillende experts die zich met mediawijsheid bezighouden. Hieronder staat mijn interview met Niels Baas, een expert op het gebied mediaopvoeding.



Wie ben je en waar houd je je op dit moment mee bezig?
Ik ben docent en onderzoeker aan de Universiteit Twente voor de opleiding Communicatie wetenschap, waarbij ik onder andere studenten begeleid bij hun afstudeeronderzoeken, bijvoorbeeld over grooming (online kinderlokkers). In deze rol ben ik altijd bewust bij actuele maatschappelijke onderwerpen betrokken.

Ik heb me altijd al bezig gehouden met jongeren en hun online gedrag. Zo ben ik destijds afgestudeerd op het onderwerp cyberpesten, waarvoor ik onderzoek heb gedaan met leerlingen uit de bovenbouw van het basisonderwijs.

Nu ben ik vooral druk met het schrijven van diverse wetenschappelijke artikelen en ik heb onlangs een onderzoek voor politie onder VMBO leerlingen afgerond. Dat ging over sexting, cyberpesten, grooming en virtuele diefstal. 


Je bent nog niet zo oud en je hebt zelf geen kinderen. Levert dat wel eens problemen op bij ouderavonden?
Helemaal niet! Ik ben nu 29 en ik heb inderdaad geen kinderen. Maar ik praat heel veel met kinderen. Ik denk dat het mij helpt om objectief te blijven bij het luisteren naar het verhaal van kinderen. Ik zal nooit meteen een stempel ergens op drukken.

Tegelijkertijd kan ik mij goed inleven in ouders. Ik heb al heel veel ouderavonden gegeven en heb ondertussen veel feedback van ouders gekregen, maar vooral veel input over strubbelingen waar zij tegenaan lopen. Ik onderschrijf dat het het lastig is om ouder te zijn. Dat komt tijdens deze ouderavonden ook duidelijk naar voren.

Ik wil nooit belerend naar ouders zijn, ik vind het fijn om zelf menselijk en genuanceerd over te komen. Daarvoor gebruik ik de nodige positieve zelfspot en spot met de bezoekers. Maar ik wil vooral aangeven wat kinderen fijn vinden! Ik ben hun spreekbuis, hun ambassadeur.

Ik wil ouders en leerkrachten vooral bewust laten worden hoe kinderen naar de online wereld kijken. En tegelijkertijd hen praktische tips en handreikingen geven: dit kun je doen om er grip op te kijken, dit kun je doen om het gesprek aan te gaan.

Het is eigenlijk een heel pedagogisch verhaal, zo’n ouderavond. Het gaat vooral over hoe je met elkaar om gaat en hoe je gedrag kunt bijsturen. Maar altijd vanuit het perspectief van hoe kinderen het zien!



In september komt jouw boek uit, Samen de Online Wereld Verkennen. Kun je aangeven waar dit boek over gaat?
Het boek is klaar en ligt bij uitgever. Er komt nog een feedbackronde voordat het naar de drukker gaat. Ik ben er echt heel trots op! Het is een juweeltje. Het gaat over de mediaopvoeding van kinderen, met name in de basisschoolleeftijd, maar het is zeker ook voor het voortgezet onderwijs interessant.

Het staat vol met veel praktische informatie en suggesties om ouders en leerkrachten in hun kracht te zetten in de online wereld. Als iemand het boek uit heeft gelezen, dan moet hij het gevoel hebben: ‘Ik kan dit! Ik kan begeleiden en ik weet wat ik moet doen als een kind moeite heeft!’

Vaak sluit dat al aan bij datgene wat goed aanvoelt bij ouders en leerkrachten. Maar het is complex en er zijn vaak compromissen nodig bij mediaopvoeding. Het boek richt zich op iedereen die nog niet zo veel over het onderwerp af weet en er graag mee aan de slag wil. Het is mijn hoop dat Pabo’s het boek als verplichte literatuur gaan opnemen in hun curriculum!


Waarom is dit boek belangrijk?
Voor zover ik weet is er nog geen goed alternatief beschikbaar over dit onderwerp. Naar ouderavonden neem ik wel diverse boeken mee, zoals de Social Media Bijbel of Schermgaande Jeugd, maar deze zijn vaak of te globaal of te wetenschappelijk.

Mijn boek is een feestje van allerlei experts in Nederland op dit gebied. En dat groepje is eigenlijk niet zo heel groot in Nederland! In mijn boek zijn zij aan het woord, mensen die er echt verstand van hebben en vanuit allerlei diverse invalshoeken. 



Kun je in je eigen woorden aangeven wat jij verstaat onder mediawijsheid?
Voor mij is dat op een verstandige manier actief zijn in de online wereld. Maar ik houd niet zo van definities… Het gaat er om dat je iets kunt zien, online, en vervolgens de inschatting kan maken wat dat voor jou betekent.

Misschien is het wel breder dan alleen de online wereld. Er wordt soms ook onderscheid gemaakt tussen traditionele en nieuwe media (al wordt die grens steeds vager). Maar het gaat vooral om gedrag. Bewust consumeren en produceren. 


Is mediaopvoeding nu een taak van ouders of basisscholen?
Dat is een interessante vraag die vaak bij ouderavonden naar voren komt. Het levert altijd discussie op en soms zelfs te veel discussie! Dan is er meer tijd voor de discussie dan voor het zoeken naar oplossingen!

Het gaat volgens mij juist om de samenwerking van beide partijen. De scheiding is ook nauwelijks te maken. Waar stopt iemands verantwoordelijkheid als het om het kind gaat?

De rol van ouders is vaak om kinderen te begrenzen en met hen te praten. Ook om oprecht geïnteresseerd te zijn in de leefwereld van hun kinderen. Het zou goed zijn als ouders ook de afspraken van school zouden naleven. Wanneer ouders en scholen met elkaar in overleg gaan, komt er transparantie. Vaak geven ouders ook wel aan dat ze willen weten wat de school afspraken zijn.

Leerkrachten kunnen zich vooral richten op het groepsproces en jongeren samen brengen. Ze kunnen helpen bij het bewust maken van de rol die jongeren in nemen in een groep. Zeker bij een onderwerp als pesten ben je als beide partijen betrokken en verantwoordelijk. Ik wil niet te veel tijd aan discussie verliezen, want hopelijk willen we allemaal het beste voor het kind. Als dat niet je drijfveer is in onderwijs, wat doe je daar dan? 


Merk je een verandering in hoe er wordt gekeken naar mediaopvoeding?
Ik geef nu ongeveer vijf jaar ouderavonden en ik merk een grote verandering. Niet alleen bij ouders, maar ook bij mezelf. Mijn eerste ouderavonden bleken ouders juist bang te maken voor alle risico’s, waaronder cyberpesten. Ouders gingen dan zorgelijk weg, maar dat is helemaal niet wat ik wilde. Onder andere door samenwerking met Stichting Mijn Kind Online heb ik geleerd om positief te blijven.

Daarnaast merk ik dat ouders nu de online wereld meer accepteren en omarmen. Ze herkennen het straatbeeld van jongeren met smartphone, maar ze maken zich niet direct allerlei zorgen hierover. Ze zijn zich meer bewust van technologische gadgets, maar ze worden ook zelf steeds actiever met (sociale) media!. Zo geven kinderen soms aan dat het lastig is om met mama te praten, omdat zij altijd met zijn telefoon bezig is!

Ook het beeld van scholen is erg veranderd. Eerst waren scholen niet heel happig en ze probeerden het onderwerp te mijden. Nu geeft elke school waarmee ik contact heb aan dat ze standaard aandacht willen geven aan mediaopvoeding. Een grote verandering!



Kun je een good practice noemen van een basisschool die aandacht besteed aan mediaopvoeding?
Sowieso met één basisschool in Aarle-Rixtel (Noord-Brabant) heb ik veel contact. Daar is een leerkracht in de bovenbouw die sociale media trainingen geeft. Zij is heel enthousiast en voortvarend aan de slag gegaan en vooral het gesprek met leerlingen aangegaan. Zij mochten haar alles uitleggen. Zij is nu zo mediawijs dat ze alles met leerlingen kan bespreken. Bovendien is ze nu een adviespunt voor de leerlingen én haar collega’s! 


Ben je het eens met het advies van de Raad voor Cultuur dat elke school een mediacoach zou moeten hebben? Waarom wel/niet?
Elke school zou sowieso één persoon moeten hebben die alles weet van de online wereld. Hij of zij is dan het aanspreekpunt voor leerkrachten en leerlingen. Maar het liefst zijn er natuurlijk meer personen op de school die hier verstand van hebben. Deze personen creëren empowerment in een school.

Als een school deze expertise in huis mist, dan kan dat snel problematisch worden. Er zullen ongetwijfeld incidenten zich gaan voordoen met betrekking tot sociale media, cyberpesten, etc. Problemen komen voor bij leerlingen, dus je moet er op kunnen inspelen. Een ander voorbeeld is dat een leerling wordt uitgesloten in een klassikale Whatsapp groep. Wat doe je dan? Een school zonder expertise moet dan nog gaan bedenken wat het is en hoe ze ermee willen gaan. Ze hebben dus veel langere lijntjes.

Er is iemand nodig die leerkrachten enthousiasmeert en die aantoont dat je met leerlingen in gesprek moet gaan. Je moet weten wat hip is! De leerlingen zijn vaak de technische experts, zij weten wel hoe de knopjes werken. Echter, volwassenen zijn altijd de gedragsexperts. Zij weten hoe je verstandig handelt. Die mix heb je als school nodig!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen