vrijdag 12 juni 2015

Wat houdt ICT-geletterdheid in?

De meeste mensen in het onderwijs hebben gehoord van de 21st century skills, oftewel de vaardigheden voor de 21e eeuw. Stichting Kennisnet onderscheidt op basis van onderzoek door Joke Voogt en Natalie Pareja Roblin (2010) de volgende 21st century skills:
  • Samenwerken;
  • Creativiteit;
  • ICT-geletterdheid;
  • Communiceren;
  • Probleemoplossend vermogen;
  • Kritisch denken;
  • Sociale en culturele vaardigheden.
Sommigen stellen dat van bovenstaand lijstje alleen ICT-geletterdheid echt een nieuwe vaardigheid is. Anderen vinden dat in de hedendaagse maatschappij alle 21st century skills een andere invulling hebben gekregen door de technologische vooruitgang en hedendaagse kennismaatschappij.

Hieronder staat mijn kennisclip over Kennisnets model van de 21st century skills waarin ik onder andere uitleg hoe ICT ook invloed uitoefent op alle andere vaardigheden.



ICT-geletterdheid
Op dit moment zie ik verschillende publicaties en initiatieven die de skill ICT-geletterdheid proberen te duiden. Ik denk ook dat bij ICT-geletterdheid veel mensen een verschillend beeld hebben. Wat houdt ICT-geletterdheid precies in? Wanneer is iemand ICT-geletterd?

Kennisnet zelf legt ICT-geletterdheid als volgt uit: "Vaardigheden voor het effectief en efficiënt gebruik van technologie. Daarbij komen ‘technologische geletterdheid’ en ‘informatievaardigheden’ samen." Een zeer bondige uitleg die direct de vervolgvraag oproept: "Wat zijn technologische geletterdheid en informatievaardigheden?"

Hieronder behandel ik twee theoretische inzichten over ICT-geletterdheid. 


I. New literacies for the knowledge society
In het boek ICT voor de klas beschrijft Gerard Dummer hoe Mioduser, Nachmias en Forkosh-Baruch in 2008 het begrip ICT-geletterdheid hebben uitgewerkt. Hun oorspronkelijke onderzoeksverslag, New literacies for the knowledge society, is te downloaden via muse.tau.ac.il/publications/105.pdf

De onderzoekers verdelen ICT-geletterdheid in zeven onderdelen:
  1. Multimodale informatieverwerking;
  2. Navigeren door de Infospace;
  3. Interpersoonlijke communicatie;
  4. Visuele geletterdheid;
  5. Hyperacy;
  6. Persoonlijk informatie management;
  7. Omgaan met complexiteit. 
Ad 1. Multimodale informatieverwerking
Onze cultuur bestaat uit woorden, beelden en geluiden. Je hebt vaardigheden en kennis nodig om deze inhouden te begrijpen (wat is de precieze betekenis) en zelf dit soort inhouden te kunnen produceren. 

Ad 2. Navigeren door de Infospace
Dit heeft betrekking op informatievaardigheden. Het gaat om het vermogen om te weten wanneer en waarom er een behoefte is aan informatie. Daarnaast moet je weten hoe en waar deze informatie is te vinden. Vervolgens moet je instaat zijn deze informatie te decoderen, te evalueren, te gebruiken en te communiceren op een efficiënte en ethische wijze. 

Ad 3. Interpersoonlijke communicatie
In deze maatschappij zijn vele verschillende vormen van communicatie. Je hebt vaardigheden nodig voor een zinvol, goed geïnformeerd en ethisch gebruik van al deze communicatiemiddelen. Daarnaast gaat het om meerdere communicatiekanalen (tegelijkertijd) te kunnen gebruiken en voor verschillende doeleinden het meest efficiënte communicatiemiddel te kiezen. 

Ad 4. Visuele geletterdheid
Je moet verschillende soorten beelden kunnen decoderen, evalueren en zelf gebruiken. Je kunt hierbij gebruik maken van alle soorten media. Het doel is dat je in staat bent om met beelden kritisch te denken, te redeneren, te besluiten, te communiceren en te leren. 

Ad 5. Hyperacy
Online teksten zijn vaak interactief. Lezers moeten continu kiezen of ze willen verder lezen of doorklikken naar een aanverwante website. Hyperacy beschrijft het vermogen om te kunnen gaan met deze interactieve vormen kennis. Zowel als consument (bijvoorbeeld Wikipedia lezen) als producent (op Wikipedia bijdragen). 

Ad 6. Persoonlijk informatie management
Je moet (uiteraard) ook in staat zijn om eigen informatie (veilig) op te bergen en terug te vinden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan persoonlijk bestandsbeheer, zowel online als offline. 

Ad 7. Omgaan met complexiteit    
Het is belangrijk om over vaardigheden te beschikken om complexe problemen te bestuderen. Ben je in staat om je hierin te verdiepen en het te begrijpen? Dat kan betekenen dat je meerdere strategieën moet toepassen, zoals het opdelen van het probleem. Daarnaast is het een uitdaging om oplossingen te bedenken die je kunt  implementeren.

De onderzoekers onderscheiden drie verschillende manieren om ICT in te zetten: 
  • Werken met de computer zelf (de techniek);
  • ICT als ondersteuning van leren (de didactiek);
  • ICT inzetten om te werken aan informatievaardigheden en mediawijsheid. 
Dit overzicht geeft volgens mij behoorlijk concreet aan wat ICT-geletterdheid inhoudt. Daarnaast geeft het aanknopingspunten om hier in het onderwijs mee aan de slag te gaan.



II. Stichting Leerplan Ontwikkeling
In 2014 publiceerde SLO het rapport 21e eeuwse vaardigheden in het curriculum van het funderend onderwijs (download) waarin ze het onderzoek beschrijven naar 21st century skills in het algemeen en digitale geletterdheid in het bijzonder.

Het rapport stelt: "Digitale geletterdheid is een van de 21e eeuwse vaardigheden die in alle onderzoeken terugkomt, vaak onder de noemer digitale geletterdheid, maar de termen ICT-vaardigheid, information literacy, technology en media skills, etc. worden ook gebruikt."

SLO onderscheidt vier gebieden binnen ICT-geletterdheid (ook al noemen zij het digitale geletterdheid):
  1. Basiskennis;
  2. Computational thinking;
  3. Informatievaardigheden;
  4. Mediawijsheid.
Ad 1. Basiskennis
Hierbij gaat het om het kennen van basisbegrippen en functies van computers en computernetwerken.  Daarnaast zou je hardware moeten kunnen benoemen, aansluiten en bedienen. Ook zou iedereen moeten kunnen omgaan met standaard kantoortoepassingen (lees: Word, Excel en PowerPoint) en apps. Tot slot is ook het kunnen werken met internetbrowsers en e-mail belangrijk.

Ad 2. Computational thinking
Je moet problemen zodanig kunnen formuleren dat het mogelijk is de computer en andere digitale toepassingen te gebruiken om de problemen op te lossen. Dat houdt in dat je kunt logisch ordenen en analyseren van data. Vervolgens kun je dit op abstract niveau representeren bijvoorbeeld door modellen en simulaties te gebruiken. Ook het algoritmisch kunnen denken om oplossingen te genereren hoort hierbij.
Een belangrijk onderdeel van computational thinking is het kunnen analyseren van mogelijke oplossingen en een keuze maken voor de meest effectieve en efficiënte stappen en bronnen om tot een uiteindelijke oplossing te komen. De laatste stap is het kunnen generaliseren van het proces zodat het ook bij andere problemen toegepast kan worden.

Ad 3. Informatievaardigheden
Informatievaardigheden hebben betrekking op het kunnen signaleren en analyseren van een informatiebehoefte en op basis hiervan informatie kunnen zoeken, selecteren, verwerken en gebruiken.
Dit betekent dat je een zoekvraag kunt formuleren, trefwoorden kunt genereren, informatie en websites (kritisch en deskundig) kunt beoordelen, informatie uit verschillende bronnen kunt integreren en deze informatie (creatief) kunt organiseren.

Ad 4. Mediawijsheid
Bij mediawijsheid gaat het om drie belangrijke activiteiten die betrekking hebben op alle burgers:
  • Functioneren: optimaal functioneren in de hedendaagse maatschappij; 
  • Participeren: participeren in het maatschappelijk proces; 
  • Produceren: nieuwe media nodigen uit tot het produceren van content. 
Op basis van het onderzoek is mediawijsheid opgedeeld in vier competentiegroepen:
  • Gebruik: technisch gebruik en het bedienen van media(-apparatuur); 
  • Kritisch begrip: kritisch analyseren en evalueren van media-inhoud en eigen mediagedrag, begrijpen van de rol van media als instituut in de samenleving en eigen leven; 
  • Communicatie: actief, creatief en sociaal mediagebruik; 
  • Strategie: keuzes in mediagebruik, begrijpen welk medium het meest geschikt is, zelfkennis. 
In onderstaande kennisclip licht ik dit Mediawijsheid Competentiemodel toe:



Kortom, volgens SLO is digitale geletterdheid (of ICT-geletterdheid) een combinatie van al die dingen. Daarmee is het dus behoorlijk omvangrijk!


Conclusie
Beide publicaties hebben aardig wat overlap. De deelonderwerpen ICT-basisvaardigheden, informatievaardigheden en mediawijsheid komen duidelijk in beide publicaties naar voren. Bij SLO komen computational thinking skills expliciet naar voren, maar hiervan zijn ook elementen terug te zien in het lijstje van Mioduser, Nachmias en Forkosh-Baruc.

Ik denk dat met dit overzicht het een stuk helderder al is wat ICT-geletterdheid inhoud, maar dat er vaak nog wel een vertaalslag nodig is om hiermee concreet in het onderwijs mee aan de slag te gaan. Sommige onderdelen, waaronder mediawijsheid, zijn steeds meer uitgekristalliseerd. Andere gebieden zullen de komende tijd zeker verder worden uitgewerkt.

Zo is SLO momenteel bezig met het uitwerken van een soort leerlijn op het gebied van computational thinking en ook schoolbesturen zijn aan de slag met het uitdenken van een leerlijn programmeren (http://www.kennisnet.nl/themas/21st-century-skills/artikelen/blogberichten/schoolbesturen-ontwikkelen-leerlijn-programmeren-voor-basisonderwijs)

Het zou goed zijn om zoveel mogelijk van elkaars expertise gebruik te maken en werk met elkaar te delen. Volgens mij hoort dat ook bij ICT-geletterdheid!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen