vrijdag 19 juni 2015

Interview: Ramon Wieleman

Vrijdag 5 juni verzorgde Ramon Wieleman een prachtige workshop over de Raspberry Pi (klik hier voor mijn blogpost hierover). Naar aanleiding van deze workshop en de ontwikkelingen op het gebied van programmeren in het onderwijs heb ik Ramon geïnterviewd.


Wie ben je en waar houd je je zoal mee bezig?
Mijn naam is Ramon Wieleman en ik ben de bedenker van de Bendoo Box. De Bendoo Box is een compleet pakket om kinderen op een leuke en interactieve manier bekend te maken met de fun van technologie en programmeren. De Bendoo Box is gebouwd rondom de Raspberry Pi. De Raspberry Pi is een erg goedkope mini-computer op creditcard-formaat. De Bendoo Box levert een compleet pakket naast de Raspberry Pi, waaronder een uitgebreide handleiding, die kinderen leert programmeren, websites bouwen en die hun creativiteit prikkelt. Zo gaan ze zelf gave Pi-projecten gaan maken. Al het lesmateriaal over programmeren wordt door de Bendoo Kids uitgevoerd in coole programma's, zoals Minecraft en Scratch.

Naast de bedenker van de Bendoo Box ben ik ook de uitgever van Vives Magazine (vakblad over onderwijsinnovatie en ict), Linux Magazine (alles over open source) en Java Magazine (het tijdschrift voor de onafhankelijke Java-professional). Precies op het punt waar deze drie bladen raakvlakken hebben, daar is de Bendoo Box ontstaan. De leuke hobbyprojecten van de echte programmeurs heb ik vertaald naar coole projecten voor kinderen.

Tevens organiseer ik voor bovenstaande merken ook beurzen en events. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de IPON (Innovatief Platform Onderwijs Nederland), J-Fall (Java-beurs) en IoT Developers Day.

In mijn vrije tijd ben ik vooral bezig met sport (kijken). Geen voetbal- of wielerwedstrijd ontsnapt aan mijn aandacht. Ik woon samen met mijn vriendin in Amsterdam, de stad waar ik nog steeds zielsgelukkig van word als ik er doorheen fiets. De energie van de stad en de oude gebouwen raken mij nog steeds elke keer.


Kun je iets vertellen over je achtergrond?
Na het afronden van mijn middelbare school ging ik meteen op kamers in Amsterdam. Na enkele studie-omzwervingen heb ik uiteindelijk mijn masterdiploma behaald voor de studie Beleid, Communicatie en Organisatie aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Dit is een sociale wetenschap, waar de focus vooral op communicatie lag. Mijn masterscriptie heb ik geschreven bij de uitgeverij waar ik nu werk. Het onderwerp ging grof gezegd over de werking van (online) communities en de mate van verbondenheid van de leden daarmee. Na het afronden van mijn scriptie ben ik meteen aan de slag gaan bij deze uitgeverij om mijn afstudeeronderwerp in de praktijk te brengen.


Momenteel zijn Maker Educatie en programmeren in het onderwijs helemaal hot. Hoe kijk jij hier tegen aan? Is het echt nieuw/anders dan vroeger en noodzakelijk voor kinderen om te leren?
Ik kan op deze vraag alleen reageren puur vanuit mijn eigen gevoel. Maker Educatie en programmeren hebben namelijk overlap met elkaar, die mij persoonlijk erg aanspreken. Er is namelijk bij beide vormen geen goed of fout, maar het gaandeweg leren en ontdekken staan centraal. Je moet dus echt zelf nadenken en er energie insteken om tot een resultaat te komen. Verder spreekt de oneindigheid mij erg aan. Een project (maken als programmeren) is nooit af, want er blijven altijd verbeteringen en uitbreidingen mogelijk. Creativiteit wordt dus echt gestimuleerd bij kinderen.

Dit is in mijn beleving echt radicaal anders dan de manier van lesgeven, die ik vroeger ervaren heb. Op mijn basisschool was er weinig tot geen aandacht voor de persoonlijke ontwikkeling voor individuele kinderen. Iedereen diende in hetzelfde tempo de stof te behandelen en alles wat je leerde moest ook precies aansluiten bij de CITO-toets. Dezelfde vorm van lesgeven heb ik ervaren op mijn middelbare school. Allemaal netjes in de rij lopen en vooral niet van de gebaande (toets)paden afwijken. Creativiteit werd voor mijn gevoel dus echt onderdrukt. Ik zou er veel voor over hebben gehad om vroeger een Fablab of programmeerles op school gehad te hebben… Of Python leren in plaats van Frans.


Wat versta jij onder computational thinking? Is dat niet belangrijker dan sec programmeren?
Eigenlijk heel simpel: het denken als een computer. Veel mensen verwarren soms het menselijke brein met een computerbrein. Dingen die voor ons heel simpel zijn en logisch lijken, zijn dat voor computers juist niet. En andersom. Ik vertel vaak het verhaal aan docenten over de Vogel-app-case:

Iemand wil een app maken waar mensen foto’s kunnen uploaden van een vogel. De app moet dan vertellen wat voor vogel het is en weten waar deze foto gemaakt is. Je zit dan dus met twee dingen die je wilt weten: locatie (waar?) en welke vogel (wat?).
Voor mensen is op een foto niet te zien waar de foto is gemaakt. Dit is domweg onmogelijk, omdat je niet elke plaats in de wereld kunt herkennen. Voor een computer is dit echter een eitje: een smartphone registreert namelijk via GPS ook waar een foto gemaakt is. 1-0 voor de computer.

Het soort vogel herkennen is voor mensen (met een beetje vogelkennis) een eitje. Iedereen herkent zo of er mus, kraai of arend op de foto staat. Een computer kan echter zelf geen vogels herkennen. Daarvoor zul je dus van elke soort een foto in een database moeten stoppen. Maar wat als je de vogel van achteren fotografeert? Of van de zijkant? Of met gespreide vogels? Je zult dus een database moeten bouwen van duizenden foto’s per vogel. Een onmogelijke taak, die heel veel tijd gaat kosten om te programmeren. 1-1 dus.



Verder denk ik niet dat je programmeren en computational thinking los kan koppelen van elkaar. Hoe kan je immers programmeren als je niet kan denken als een computer? Hoe weet je dan wat je moet aanroepen? Je kunt dus wel denken als een computer zonder te kunnen programmeren, maar je kunt niet programmeren als je niet als een computer kan denken. Kortom, volgens mij gaat programmeren juist veel dieper dan computational thinking.


Wat vind je van Scratch? Is dit terecht zo populair? Wat zijn sterke en zwakke punten van dit programma? Zou je dit aanraden of een alternatief voor basisscholen?
Ik vind Scratch helemaal fantastisch! Kinderen (maar ook volwassenen) hebben het zo geleerd. Voor je het weet heb je een poppetje aan het bewegen. Een eigen game heb je zo gebouwd na wat logisch denken. Maar het leuke van Scratch is dat je er echt de diepte in kan gaan. Meer dan dat het kinderlijk vormgegeven design in eerste instantie doet vermoeden. Je kunt gewoon complete robots zelf bouwen en programmeren in Scratch. In mijn ogen is het gewoon een volwaardige programmeertaal.

Het sterke punt van Scratch is dat het gratis is en dat het precies doet wat het moet doen. Ik noem het vaak ook wel “Lego-programmeren”, met blokjes bouw je iets. Verder komen alle basisprincipes van andere programmeertalen terug. Het is dus hetzelfde opgebouwd als bijvoorbeeld Python. Als je het programmeerprincipe leert in Scratch kan je die manier dus meenemen naar een andere programmeertaal. Computational thinking dus!

Een verbeterpunt van Scratch is de rommelige achterkant van het programma. Nu we bezig zijn met het uitbreiden van het lesmateriaal voor de Bendoo Box zijn we in de code van Scratch gedoken. De code is echt een zootje en het verbaasde ons eerlijk gezegd dat het überhaupt werkt! Het programma is volgens mij gebouwd door enthousiastelingen in plaats van programmeurs.

Verder mis ik de koppeling met andere programmeertalen. Waarom zet je er niet gewoon een heel klein blokje achter elk blokje met een “vertaling” van dat specifieke blokje in een andere taal? Dus blokje X ziet er zo uit in C++, Java of Python. Dan leer je volgens mij nog veel meer.

Tot slot verbaas ik me er echt over dat er nog steeds geen volwaardige iOS-app is voor Scratch! Ze hebben dit in 2013 al aangekondigd, maar volgens mij sterft het een stille dood. Er is dus geen iOS-app en de webversie draait op Flash dat niet ondersteund wordt door Apple. Erg vreemd, aangezien bijna alle scholen ondertussen wel een tablet in de klas hebben liggen…

Ik zou elke school aanraden om met Scratch aan de slag te gaan. Het leerproces is heel snel en de mogelijkheden zijn eindeloos. Uiteraard zou ik dan wel kiezen om Scratch te draaien op een Raspberry Pi of Bendoo Box, omdat je dan ook heel simpel “offline” dingen kunt aansturen in Scratch. Een lampje is zo geprogrammeerd en sensoren uitlezen is een koud kunstje.



Je bent druk bezig met het zelf ontwikkelen van lesmateriaal voor de Bendoo Box. Wat is jouw motivatie? En wat zijn uitdagingen?
Mijn motivatie is om kinderen enthousiast te krijgen over technologie! Technologie is niet saai en nerdy, het is juist supercool! Ik wil juist de fun benadrukken van technologie met de Bendoo Box. Dus dat kinderen programmeren niet associëren met lange lappen tekst met gekke tekens, maar met het schetenalarm dat ze zelf gebouwd hebben. Programmeren is volgens mij ook geen doel op zich, zoals ik dat nu vaak zie terugkomen in het onderwijs. “We moeten leren programmeren op school, want daar zijn straks heel veel banen in”. Nee, programmeren is voor mij een middel om een doel te bereiken. Dus je bouwt een robot en die stuur je aan door te programmeren.

Vraag maar eens in de klas of kinderen willen programmeren of dat ze liever een automatisch kattenvoersysteem willen bouwen. Ik weet wel wat ze kiezen!

De uitdaging is om van de Bendoo Box een begrip te maken dat door kinderen geassocieerd wordt met technologie en fun. Ik wil dus ook helemaal niet afhankelijk zijn van de Raspberry Pi met de Bendoo Box. Als er morgen een veel toffer apparaat komt, dan gooi ik me daarop. Maar de allergrootste uitdaging is om leraren zover te krijgen om met technologie in de klas aan de gang te gaan. Tijdens presentaties hoor ik altijd heel veel “ja, maar….”. Technologie is duur en ik snap het zelf niet eens. En dat klopt juist niet! Technologie hoeft helemaal niet duur te zijn. Koop maar eens een batterijtje, ledlampje en paar elektrokabeltjes voor een paar euro in de bouwmarkt en ga daarmee aan de slag.

Ook vind ik juist dat leraren geen verstand van technologie moeten hebben! Laat kinderen het zelf ontdekken en versmal hun blikveld niet door hen alleen aan de slag te laten gaan met het stukje technologie dat jij voorbereid hebt! De leerlingen vertellen na een uur echt wel wat ze gemaakt hebben en hoe ze dat gedaan hebben. Dat is precies de kracht van technologie, programmeren en maker educatie! De enige grens ben je immers zelf, en niet je leraar!



Wat zie jij als grote uitdaging(en) voor het onderwijs nu?
Het stappen uit het “zo heb ik het altijd gedaan”-denken en de huidige toetscultuur. Maar waarschijnlijk komt dit door mijn eigen rebelse, creatieve geest.

Bied kinderen onderwijs op maat. Zoek uitdagingen voor elk kind en laat hen het vooral zelf ontdekken. Volgens mij ontwikkel en leer je veel meer als je zelf gaat uitzoeken hoe iets werkt wat jou echt interesseert, in plaats van met een hele klas hetzelfde doen. Natuurlijk is dit lastiger meetbaar en/of toetsbaar, maar in mijn ogen veel beter qua leerrendement! Natuurlijk heb ik als niet-leraar en niet-vader natuurlijk makkelijk praten vanaf de zijkant!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen