donderdag 12 maart 2015

Mediawijsheid. De ontwikkeling van nieuw burgerschap

In mijn persoonlijke onderzoek naar wat mediawijsheid precies inhoudt, begin ik bij het begin: het advies dat de Raad voor Cultuur in 2005 naar de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap stuurde. Het advies, met de mooie titel Mediawijsheid. De ontwikkeling van nieuw burgerschap, is een opvolger van een advies uit 1996 over media-educatie. Hoewel dit eerdere advies positief werd ontvangen, werd de belangrijkste aanbeveling - de integratie van media-educatie in de kerndoelen en eindtermen van het onderwijs - niet overgenomen.

Nu, bijna twintig jaar na het eerste advies en tien jaar na het tweede advies, wordt nog steeds in veel literatuur de definitie van de Raad voor Cultuur als uitgangspunt genomen:

"Mediawijsheid duidt op het geheel van kennis, vaardigheden en mentaliteit waarmee burgers zich bewust, kritisch en actief kunnen bewegen in een complexe, veranderlijke en fundamenteel gemedialiseerde wereld."

Het gehele advies beslaat dertig pagina's en het leek mij een goed uitgangspunt om mij niet alleen op bovenstaande definitie te richten, maar op het hele document (zoals hieronder weergegeven).




Eigenlijk vind ik dat iedereen zelf het hele document zou moeten lezen, zo krijg je immers het meest complete beeld en de juiste context waarin dit advies geschreven is. Hieronder geef ik een overzicht van de punten die ik zelf het meest opvallend en relevant vind.


Medialisering van de maatschappij
De maatschappij is flink gemedialiseerd en media worden steeds meer de context, inhoud en bemiddelaars van informatie, kennis en ervaring. Dit wordt ondersteund door een fascinatie door beelden (de behoefte om de wereld te begrijpen door deze te visualiseren) en de explosieve toename van mogelijkheden om beelden te produceren.

Twee belangrijke oorzaken van de toenemende dominatie van media zijn digitalisering (alle informatie is tegenwoordig digitaal en interactief te raadplegen) en convergentie (media is op alle apparaten beschikbaar en de mogelijkheden van verschillende appareten groeien steeds meer naar elkaar toe).

Op het gebied van media- en ICT-gebruik is er een kloof tussen jong en oud, hoog opgeleiden en laag opgeleiden. De nadruk van de overheid op 'de eigen verantwoordelijkheid van de burger' lijkt die kloof te vergroten. Het grootste risico dat medialisering met zich meebrengt is dat wie niet mediawijs is, sneller maatschappelijk buitengesloten raakt.



Om die reden stelt de Raad van Cultuur dat stelt er competenties in het omgaan met media in de breedte moeten worden ontwikkeld. Inmiddels is in 2012 het Mediawijsheid Competentiemodel gepubliceerd waarin dit verder is uitgewerkt. Hierover zal ik een apart blogartikel schrijven.


Verbreding van perspectief
Mediawijsheid is een verbreding van het begrip media-educatie. Dat laatste begrip richt zich te veel op onderwijs, kinderen en jongeren, aanbod en bescherming.  Mediawijsheid echter...
  • ... beslaat meer terreinen dan alleen het onderwijs. Ook in de zorg, politiek, veiligheid en vrijetijdsbesteding is mediawijsheid relevant.
  • ... betreft meer mensen dan alleen kinderen en jongeren. Iedereen moet mediawijs zijn om optimaal te kunnen functioneren in de hedendaagse maatschappij.
  • ... richt zich niet op de omgang met media zelf, maar in het kunnen participeren in het maatschappelijk proces.
  • ... legt de nadruk op het zelf maken of produceren van media-inhouden.
  • ... vindt dat burgers zich bewust moeten zijn hoe zij media gebruiken en wat het effect hiervan is op henzelf en anderen.

Wat is mediawijsheid?
Bovenaan dit blogartikel staat de definitie van mediawijsheid volgens de Raad voor Cultuur. Mediawijsheid is echter niet een begrip dat voor alle groepen hetzelfde betekent. Verschillen zullen blijven bestaan en niet iedereen hoeft even mediawijs te zijn. Het begrip is onderverdeeld is kennis, vaardigheden en mentaliteit.

Bij kennis gaat het in de eerste plaats om de kennis die nodig is om mediaboodschappen te kunnen interpreteren, het besef dat media-inhouden geconstrueerd zijn en het vermogen om te achterhalen wat de belangen zijn van de mediaproducent. Behalve het kunnen analyseren en contextualiseren van mediaboodschappen, gaat het er ook om te kunnen reflecteren en daaraan conclusies te kunnen verbinden. Tot slot gaat het ook om het bewustzijn van de plaats en rol van media in het persoonlijke en maatschappelijke leven, evenals het inzicht in de historische ontwikkelingen van communicatievormen.

Bij vaardigheden gaat het er om dat mensen technisch capabel zijn om te kunnen kijken, kiezen en de knoppen te bedienen. Ze moeten informatie weten te vinden, de betrouwbaarheid daarvan kunnen bepalen en deze informatie kunnen gebruiken. Het is van groot belang dat mensen niet alleen passief, maar ook actief media gebruiken; niet alleen consumeren, maar ook produceren! Hierdoor begrijp je de werking van media beter.

Tot slot gaat het bij mentaliteit om het besef van de houding waarmee men gebruik maakt van media. Die houding verschilt logischerwijs per gebruiker. Wanneer mensen ook zelf media produceren, moeten zij zich er van bewust zijn welke effecten hun handelen heeft en hier verantwoordelijkheid voor nemen. Dat geldt voor individuele gebruikers, maar ook bijvoorbeeld voor prominente media. Zo dienen de publieke omroepen 'voorbeeldig gedrag' te vertonen: hun producten moeten ijkpunt zijn van betrouwbaarheid, pluriformiteit, toegankelijkheid, kwaliteit en transparantie.

Bij mediawijsheid gaat het om de samenhang van deze drie complimentaire aspecten. Zonder vaardigheden blijft kennis abstract en zonder mentaliteit kunnen kennis en vaardigheden ongewenste effecten veroorzaken.


Implicaties voor het onderwijs
Het onderwijs is een belangrijke maatschappelijke speler om burgers mediawijs te maken. De Raad voor Cultuur is tegen een apart vak mediawijsheid, maar stelt voor om dit te integreren met burgerschapsonderwijs. Dit past beter bij de huidige trend om doelen in algemene zin te formuleren en geeft meer ruimte aan scholen voor concrete invulling.

Wel zou elke school een mediacoach moeten hebben. Een mediacoach biedt begeleiding en inspiratie bij mediaonderwijs op de eigen school, draagt zorg voor continuïteit en ontwikkelt projecten met (buitenlandse) partners.

Daar waar mediawijsheid in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs geen apart vak hoeft te worden, is dit bij lerarenopleidingen en Pabo's anders! Juist daar zou mediawijsheid een essentieel onderdeel moeten zijn van het curriculum - hoe kunnen toekomstige leerkrachten anders hun leerlingen begeleiden?



Conclusie
Het advies van de Raad voor Cultuur uit 1996 om media-educatie op te nemen in de formele doelstellingen van het onderwijs is destijds niet overgenomen. Ook belangrijke adviezen uit 2005 zijn deels niet overgenomen. Nog altijd lijkt het alsof de meeste scholen worstelen met de vraag wat ze nu precies met mediawijsheid kunnen of moeten doen. Wat er nu op scholen gebeurt, is meestal het resultaat van jarenlange inzet en passie van individuele docenten en van een bredere blik van individuele schooldirecties.

Ik weet niet hoe het op andere Pabo's precies is geregeld, maar op de Pabo waar ik lesgeef is er geen vak mediawijsheid. Dat wat we wel doen is het resultaat van jarenlange inzet en passie van individuele docenten, waarvan ik er één ben...

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen