maandag 24 augustus 2015

Interview: Koos de Boer

Het nieuwe studiejaar gaat van start! Dit jaar krijgen tweede- en derdejaars studenten aan de HU Pabo een nieuw vak: Wetenschap & Technologie. Binnen dit vak gaan studenten onder andere aan de slag met onderwerpen als robotica, maker education en programmeren. In dat kader is het interessant om te kijken hoe diverse experts hierover denken en welke kansen en uitdagingen zij zien. Hieronder staat het interview met Koos de Boer (64), gepensioneerd, maar heel druk aan het werk als vrijwilliger bij Stichting CodeUur. Hun missie: programmeren op alle basisscholen in Nederland introduceren!


Kun je iets vertellen over je achtergrond?
Ik ben gepensioneerd als Maintenance Engineer van het Goalkeeper Wapensysteem bij de Koninklijke Marine. Ik heb 45 jaar met volle tevredenheid bij het MarineBedrijf in Den Helder gewerkt, waarvan de laatste 20 jaar als Maintenance Engineer. De laatste 5 jaar daarvan heb ik ook stagiaires vanuit het HBO en MBO begeleid. Daardoor is bij mij grote belangstelling ontstaan voor alles wat met onderwijs te maken heeft en vooral de koppeling tussen het onderwijs en het bedrijfsleven.

Persoonlijk vind ik het zo jammer, onnodig en een vorm van verspilling dat kennis en ervaring door pensionering zomaar door het afvoerputje gaan. Mensen met kennis en ervaring op allerlei gebieden moeten dat (als ze willen en indien mogelijk) kunnen delen, zeker als je daar door het pensioen ineens tijd en gelegenheid voor hebt!

Momenteel zijn Maker Educatie en programmeren in het onderwijs helemaal hot. Hoe kijk jij hier tegen aan? Is het echt nieuw/anders dan vroeger en noodzakelijk voor kinderen om te leren?
Maker Educatie en programmeren binnen het onderwijs zijn zeker geen hype, maar eerder een logisch gevolg van maatschappelijke verandering. Alles wat in de toekomst bedacht gaat worden, zal bedacht, gemaakt en uitgevoerd gaan worden met behulp van software of we dat leuk vinden of niet. Dat gaat gebeuren en eigenlijk is die ontwikkeling nu al volop aan de gang. In die zin is het dus echt iets nieuws. Het onderwijs zal daarbij aan moeten haken om zeker te stellen dat ieder kind in de toekomst mee kan komen in de maatschappij.

We mogen echter ook niet uit het oog verliezen dat er een flinke groep jongeren is die geen programmeeronderwijs zullen krijgen. Hoe gaan we dat aanpakken?
Veel leerlingen die nu van VMBO en MBO afkomen zullen programmeren niet meekrijgen, terwijl meer en meer kinderen op de basisschool er wel mee in aanraking komen. We krijgen volgens mij dus een gat binnen een jonge generatie.

Binnen een paar jaar zullen veel van die kinderen daar blijvend last van kunnen ondervinden. Ik denk dat het verstandig is om naast het programmeren in het PO ook een soort Deltaplan voor volwassenen onderwijs op het gebied van programmeren en computational thinking op te zetten. Ik raak hier steeds meer van overtuigd. Bedrijven zullen misschien veel kunnen opvangen door (interne) bedrijfsopleidingen, maar mensen zonder werk kunnen niet meer voldoen aan de eisen die gesteld zullen gaan worden.

Wat versta jij onder computational thinking?
De term computational thinking dekt de lading "denken" als een computer en daar volledig vertrouwd mee zijn, net als lezen en schrijven. Alles wat door een computer gedaan en gemaakt wordt, is door mensen ingevoerd in logische stappen en in een logische volgorde. Mensen hebben in een creatief proces bedacht wat de computer moet uitvoeren en/of maken.

Tijdens één van de CodeUren op een basisschool gaf een meisje een mooie definitie: "Een computer is net een kind van 1 jaar oud, je moet echt ieder stapje duidelijk maken en als je iets vergeet of in verkeerde volgorde zet, gaat het fout of het programma werkt niet!"

Een probleem moet opgedeeld worden in kleinere delen en dan deel voor deel geprogrammeerd in de programmeertaal die je op dat moment gebruikt. Op basisschool 't Zwanenest in Schagerbrug waren twee jaar geleden twee meisjes (toen circa 11 jaar oud) die zozeer vertrouwd waren geraakt met Scratch dat ze die taal voor alles gebruikten om zich creatief te uiten en dat ging heel ver. Van rekenmachine tot animaties over de dingen die ze mee maakten en van een wekker tot een eigen exemplaar van een iPad die ze in Scratch hadden nagebouwd compleet met eigen apps. Ze vroegen vrijwel niets meer over programmeren, ze hadden het zich volledig eigen gemaakt net als lezen en schrijven. Dat is in mijn ogen pas echt computational thinking. Die kant moeten we op en ik heb meegemaakt dat het kan!

Wat vind je van de unplugged activiteiten op www.codekinderen.nl? Wat is het belang van dergelijke activiteiten met pen en papier?
Het belang van unplugged activiteiten is dat computational thinking aangeleerd wordt zonder in eerste instantie afgeleid te worden door de "knoppologie" en beeldscherm van een computer. Er zijn heel goede unplugged activiteiten die verder gaan dan computational thinking alleen, omdat ze ook een koppeling maken met andere vakken als rekenen (tweetallig stelsel) en taal (geheimschrift).

Wat vind je van Scratch? Wat zijn sterke en zwakke punten van dit programma?
Sterke punten van Scratch voor mij zijn:
  • Het is volledig open source en dus gratis toegankelijk voor iedereen;
  • Het is ontwikkeld door het MIT (Massachusetts Institute of Technology) en ook in het Nederlands beschikbaar’;
  • Het is een visuele programmeertaal en daardoor zeer geschikt voor jonge kinderen; zodra ze enigszins kunnen lezen, kunnen ze met Scratch aan de slag;
  • Het programma is laagdrempelig, maar heeft wel een heel hoog plafond;
  • Snel resultaat zonder veel code;
  • Zeer grote sterke community waarop kinderen projecten kunnen delen en projecten van anderen kunnen gebruiken (remixen) om een eigen uitvoering van een project te maken;
  • Sterke Nederlandse community www.scratchweb.nl
Zwakke zijn er eigenlijk weinig, de taal is goed uitontwikkeld. Misschien dat de overstap naar een algemeen gebruikelijke programmeertaal (zoals JavaScript of Python) door hun tekstuele vorm wat lastig kan zijn vanuit Scratch…


Je bent druk bezig met het zelf ontwikkelen van lesmateriaal voor Stichting CodeUur. Wat vind je van bestaand materiaal zoals het boek Leren programmeren voor kinderen en http://scratchweb.nl/lesmateriaal? Oftewel, waarom maak je liever zelf materialen?
Als stichting maken we niet liever zelf lesmateriaal, we maken ook lesmateriaal. We maken materiaal dat een doorgaande leerlijn zal zijn voor groep 7 en 8 van het basisonderwijs. Dat materiaal moet door de zittende leerkrachten gebruikt kunnen worden na een eerste introductie door een professionele programmeur. In dit materiaal zal ook een koppeling gemaakt worden met andere vakken, zoals rekenen, taal, aardrijkskunde, geschiedenis en muziek. Dergelijk materiaal bestaat nu nog niet in de vorm die wij voor ogen hebben.

Wat zie jij als grote uitdaging(en) voor het onderwijs nu?
Hoe gaan we zittende leerkrachten zodanig ondersteunen dat zij in staat zijn om programmeerlessen te kunnen geven? De stichting CodeUur doet dat nu door professionele programmeurs te koppelen aan basisscholen, maar het streven van de stichting is dat leerkrachten zelf de programmeerlessen gaan geven.

Hoe krijgen we programmeren zo snel mogelijk in het curriculum? Normaal gesproken duurt dat een aantal jaren. Dan zijn we eigenlijk alweer een basisschoolgeneratie verder, maar daar kunnen we niet op wachten.

Een curriculumwijziging houdt ook in dat leerkrachten ondersteund moeten worden door de overheid om programmeren te kunnen onderwijzen. Lerarenopleidingen en Pabo's moeten niet wachten tot er een curriculumwijziging is doorgevoerd, maar nu al inspelen op de toekomst die eigenlijk nu al volop gaande en onafwendbaar is. Als programmeren op lerarenopleidingen en Pabo's wordt onderwezen aan toekomstige leerkrachten zullen de basisscholen logischerwijs automatisch volgen.

Hoe gaan we de generaties, die nu ouder dan 20 zijn, ook onderwijzen in het programmeren? Dat is noodzakelijk om een tweedeling in de maatschappij te voorkomen. Dat lijken grote woorden, maar ik ben er echt van overtuigd dat computational thinking een voorwaarde zal zijn (en eigenlijk al is) om mee te kunnen doen en te kunnen werken in onze maatschappij.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen