vrijdag 8 mei 2015

MOOC: Case studies voor collaborative problem solving

In de derde week van de MOOC Assessment and Teaching of 21st Century Skills geven professoren Patrick Griffin en Esther Care meerdere concrete voorbeelden om de vaardigheid collaborative problem solving (samenwerkend problemen oplossen) te kunnen beoordelen.

In het onderzoek van Griffin en Care naar collaborative problem solving (CPS) hanteren ze meerdere beoordelingstaken. Hierbij werken altijd twee deelnemers samen achter een eigen computer. Ze kunnen elkaar niet zien en ze weten niet wie de ander is. Ze kunnen alleen met elkaar communiceren door te chatten (typen). Hieronder staan drie van deze concrete voorbeelden (case studies) weergegeven, zodat je zelf kunt oefenen met het beoordelen van deze 21st century skill.

Het beoordelen gaat door middel van heel gericht observeren met behulp van een observatieformulier waarop alle deelvaardigheden van collaborative problem solving zijn uitgewerkt op drie niveaus: lage beheersing, gemiddelde beheersing en hoge beheersing. Om zelf te oefenen met observeren is het handig om het observatieschema uit te printen: www.scribd.com/doc/264542689/CPS-Conceptual-Framework


Case study: Olive Oil
Bij Olive Oil is het de opdracht om precies vier liter olijfolie in een vat van vijf liter te verkrijgen. Beide deelnemers hebben andere informatie en instructie op hun scherm en besturen andere objecten.
Deze taak is:
  • Op meerdere manieren te interpreteren;
  • Asymmetrisch;
  • Enigszins uitdagend op cognitief en sociaal vlak (iets moeilijker dan de Laughing Clowns, zie vorige blogpost).

Deelnemers die met deze opdracht worden geconfronteerd beginnen vaak met observeren en formuleren vervolgens hypotheses. Deze communiceren ze met hun partner om ze daarna te testen. Lukt het de deelnemers om oorzaak en gevolg om te zetten naar een plan? Een manier om de bekwaamheid hiervan te meten is door te kijken naar hoeveel tijd alle individuele stappen kosten. Deelnemers moeten hiervoor vooruit kunnen plannen en deelstappen kunnen oplossen. Tot slot is het ook aardig om te kijken of de deelnemers überhaupt de opdracht kunnen voltooien, ook al is dit niet de prioriteit.

Hieronder staat de video van Olive Oil. Let specifiek op de volgende vaardigheden op het observatieformulier:

Sociale vaardigheden
  • Actie (action)
  • Interactie tussen deelnemers (interaction).

Cognitieve vaardigheden
  • Relaties (relationships);
  • Systematiciteit (systemathicity).


Het aardige van bovenstaande video is dat de deelnemers expliciet de noodzakelijke verschillende stappen doorlopen en dit telkens communiceren (ofwel uitspreken, ofwel typen in de chat). Zou het mogelijk zijn om een variant van deze opdracht in de klas uit te voeren? Bijvoorbeeld met een waterkan van 500 ml en een waterkan van 300 ml?


Case Study: Balance
Bij de opdracht Balance zien beide deelnemers een andere zijde van een ouderwetse weegschaal. Ze hebben beide andere informatie en objecten om te gebruiken. De opdracht beslaat meerdere pagina's om door te werken. Informatie van eerdere pagina's is nodig voor de opdrachten op de vervolgpagina's. Het is dus een grotere en complexere opdracht dan Olive Oil hierboven. Deze taak:
  • Is asymmetrisch;
  • Is meerdere pagina's groot;
  • Vraagt om patronen herkennen en uittesten in nieuwe situaties;
  • Vraagt om scaffolding van nieuwe informatie.

Bij Balance is het noodzakelijk om enige kennis van natuurkunde te hebben. Deelnemers moeten regels uittesten om de balk in balans te brengen. Er zijn vaak meerdere correcte oplossingen. De deelnemers delen de weegschaal, maar kunnen slechts één zijde beïnvloeden. De opdrachten werken er naar toe om de onderliggende natuurkundige formules te gebruiken om de gokkans te verminderen.

Hieronder staat de video van Balance. Let specifiek op de volgende vaardigheden op het observatieformulier:

Sociale vaardigheden
  • Responsiviteit (responsiveness);
  • Perspectief innemen (perspective taking);
  • Interactie tussen deelnemers (interaction);
  • Afspraken nakomen (task completion).

Cognitieve vaardigheden
  • Systematiciteit (systemathicity);
  • Doelen bepalen (goal setting);
  • Hypothese (hypothesis - testing a rule or general principle).


Het valt me persoonlijk op hoe verschillend beide deelnemers omgaan met de opdracht. De ene lijkt veel meer te willen samenwerken dan de ander, die vooral taakgericht is. Ook valt het me op hoe weinig en slecht er gecommuniceerd wordt via de chat. Tot slot blijkt ook dat beide deelnemers het hele natuurkundige principe niet begrijpen, maar louter lukraak blijven proberen totdat de weegschaal in balans is. Kans gemist? De opdracht geeft wel heel goed inzicht in de mate waarin de deelnemers bekwaam zijn in het gezamenlijk oplossen van problemen!

Zou deze opdracht ook op een school zonder ICT gedaan kunnen worden, bijvoorbeeld met behulp van een wipwap op het schoolplein en een aantal grote keien?




Case Study: Game of 20
In dit derde voorbeeld werken twee deelnemers samen met de computer als tegenstander. Zowel de deelnemers als de computer proberen precies het getal twintig te behalen, door om de beurt getallen op te tellen.

De deelnemers moeten gedragspatronen van de computer observeren en herkennen, regels en hypotheses formuleren, deze uittesten en eventueel aanpassen, en tot slot concluderen of ze gelijk hebben.

Hieronder staat de video van Game of 20. Let specifiek op de volgende vaardigheden op het observatieformulier:

Sociale vaardigheden
  • Responsiviteit (responsiveness);
  • Verantwoordelijkheid nemen voor (deel)taken (responsibility initiative).

Cognitieve vaardigheden
  • Oorzaak en gevolgtrekking (cause and effect - identifying rules);
  • Reflecteren en monitoren (reflecting and monitoring, or testing hypothesis).



In bovenstaande video lijken de deelnemers goed samen te werken, maar ook hier verloopt de communicatie niet altijd soepel. Wat me vooral opvalt is dat er nauwelijks systematisch wordt nagedacht over een goede spelaanpak. Het blijft grotendeels lukraak uitproberen (trial and error). Ik vraag me af hoe oud de deelnemers zijn en welke interventies passend zouden zijn om hen verder te helpen in hun samenwerkingsproces.


Conclusie
Griffin en Care geven meerdere voorbeelden van problemen voor CPS en tonen hoe leerlingen deze aanpakken. Het is interessant om met deze video's het observeren te oefenen en gedrag te attribueren aan specifieke deelvaardigheden van CPS. Het valt me op dat ik na deze voorbeelden een beetje feeling krijg in het beoordelen of iemand goed in CPS is of niet. Oefening baart kunst!

Het is enigszins jammer dat Griffin en Care geen 'correcte' antwoorden geven, maar het is juist goed om zelf te kunnen oefenen en hierover met anderen in gesprek te gaan. Dit soort normbevindingsgesprekken helpen in het op waarde schatten van de observatie. Wat valt anderen op bij het bekijken van deze video's?

De volgende video van de MOOC zal ingaan op algemene principes bij het ontwerpen van goede problemen voor CPS. Dat is natuurlijk erg interessant voor leerkrachten, want zo kunnen ze hun eigen leerlingen uitdagen en beoordelen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen