zondag 10 mei 2015

Online workshop Mediawijsheid

In mijn persoonlijke onderzoek naar wat nu precies mediawijsheid is, kwam ik uit bij een online workshop Mediawijsheid van Stichting Kennisnet: http://www.kennisnet.nl/onlineworkshops/mediawijsheidpo

Deze workshop is ongeveer in 2010 opgezet, maar staat nog steeds online. De afgelopen vijf jaar is er aardig wat beweging geweest rondom Mediawijsheid, dus ik vind het interessant om te kijken hoe deze workshop nu nog stand houdt.

Nadat ik mij bij deze workshop had aangemeld, volgde er een quickscan (enkele meerkeuzevragen) om mijn startniveau te bepalen. Daarna kon ik direct aan de slag.

De online workshop beslaat vijf hoofdstukken:
  1. Mediavaardigheden en bewustzijn
  2. Online identiteit
  3. Digitaal pesten
  4. Participatie en productie
  5. Innovatie en experiment

Hoofdstuk 1: Mediavaardigheden en bewustzijn
Dit hoofdstuk begint met de definitie van mediawijsheid zoals de Raad voor Cultuur deze in 2005 stelde: Mediawijsheid staat voor ‘het geheel van kennis, vaardigheden en mentaliteit waarmee burgers zich bewust, kritisch en actief kunnen bewegen in een complexe, veranderlijke en fundamenteel gemedialiseerde wereld’.

Mediawijsheid heeft betrekking op nieuwe media, maar ook op ‘oude’media zoals radio, televisie, kranten en tijdschriften. Mediawijsheid is dus meer dan alleen werken met de computer!

Een leerling is volgens de workshop mediawijs als hij:
  • Informatie kan zoeken, selecteren, beoordelen en verwerken;
  • Verschillende media kan bedienen en gebruiken, zoals computer, smartphone en software;
  • ICT kan gebruiken binnen de geldende normen en waarden van onze samenleving.
Deze onderwerpen worden vervolgens verder uitgewerkt met concrete voorbeelden, zoals Steffie.nl, Symbaloo, Davindi en WikiKids.

Onderwerpen worden heel concreet behandeld (zoals tips voor e-mail of websites om online spelletjes te kunnen spelen), maar het blijft ook oppervlakkig. En, er zit voor mijn gevoel geen logica in de indeling. Waarom zit het kunnen maken van een online game (Klokhuis Game Studio) in hetzelfde hoofdstuk als internetbronnen op betrouwbaarheid kunnen beoordelen? Dit hoofdstuk had wat meer focus kunnen gebruiken.



Hoofdstuk 2: Online identiteit
Dit hoofdstuk begint met een aantal interessante onderzoeksgegevens, namelijk dat bijna alle kinderen vanaf 6 jaar in Nederland op Internet actief zijn. Ook geven kinderen zelf aan dat ze zich nog niet voldoende vaardig voelen om goed met Internet om te gaan. Het onderzoek bevestigt dat het noodzakelijk is om kinderen vanaf de basisschool mediawijs te maken.

Centraal staat de digitale identiteit die (vrijwel) iedereen heeft. Welke informatie vind je over jezelf als je je eigen naam bij Google intypt? Welke afbeeldingen zie je?

Het is goed om bewust te zijn van je digitale identiteit. Het hoeft helemaal niet schadelijk te zijn dat er informatie te vinden is, maar het is goed om je eigen digitale identiteit in de gaten te houden. Bovendien heb je niet altijd zelf in de hand wat anderen over jouw posten...

De workshop geeft de volgende tips ter bescherming:
  • Realiseer je dat alles wat je online plaatst, door anderen gelezen en gebruikt kan worden.
  • Zorg dat persoonlijke informatie wordt afgeschermd.
  • Plaats geen informatie die later tegen je gebruikt kan worden.
  • Plaats geen informatie die jezelf of anderen schade kan berokkenen.
  • Plaats geen foto’s of video’s online die je ook niet op de voorpagina van de krant zou willen terugzien.
Ook gaat het hoofdstuk in op mogelijkheden om sociale netwerken, zoals Facebook, (gedeeltelijk) af te schermen. Daarnaast gaat het in op de beperkte mogelijkheden om informatie van jezelf weer te verwijderen of aan te passen. Er zijn tips om je wachtwoord sterker te maken en hoe je foto's kunt verkleinen (dit laatste is een beetje een vreemde eend in de bijt...).

Ik vind het goed dat dit hoofdstuk ook in gaat op mogelijkheden om je digitale identiteit bewust positief in te zetten. Door jezelf online te profileren kun je jezelf presenteren naar de rest van de wereld. Er worden ook mogelijkheden gegeven om hier in de klas aandacht aan te besteden.



Hoofdstuk 3: Digitaal pesten
Digitaal pesten komt hard aan! Helaas is het ook moeilijk te bestrijden. Dit hoofdstuk geeft handreikingen om hier aandacht aan te besteden in de klas. Zo is er het Diploma Veilig Internet en een papieren enquête voor leerlingen om het onderwerp bespreekbaar te maken.

Een goede tip is om zelf met leerlingen een video te maken over (digitaal) pestgedrag en deze op Youtube te uploaden. Door hier zo over na te denken, worden leerlingen bewuster van hun gedrag.

Verder geeft dit hoofdstuk vooral heel veel achtergrondinformatie over digitaal pesten (of cyberpesten) en welke vormen er zoal voorkomen. Er staan veel externe linken naar achtergrondsites en concrete voorbeelden van digitaal pestgedrag genoemd, zoals een video van een middelbare school leerkracht die bewust door leerlingen wordt uitgedaagd en gefilmd.



Hoofdstuk 4: Participatie en productie
In hoofdstuk 4 draait het voornamelijk om web 2.0 toepassingen. Mediawijs zijn betekent niet alleen, zoals het kunnen zoeken en vinden van informatie. Het houdt ook in het kunnen gebruiken van nieuwe mediatoepassingen en zelf medisa produceren.

Er worden vele web 2.0 toepassingen benoemd, zoals wiki's, podcasts, weblogs, RSS, sociale netwerken, social bookmarking, online documenten uitwisselen, screencasting, chatten, etc.

Er is speciale aandacht voor het bouwen van een eigen website, maar helaas is deze informatie nu enigszins achterhaald sinds de populariteit en het gemakt van Wordpress en Google Sites. Toch is überhaupt het bouwen en onderhouden van een eigen website (of blog) een zeer mooie manier om met een klas kinderen actief deel te nemen aan de gemedialiseerde samenleving!

Ook weblogs en microblogs (zoals Twitter) worden zeer uitvoerig beschreven en uitgelegd. Handig voor diegene die hier wel van gehoord hebben, maar deze diensten een beetje langs de zijlijn volgen.

Ik vind het sterk dat dit hoofdstuk ook ingaat op (verschillende vormen van) auteursrecht en helder uiteenzet wat nu wel en niet mag. Het aanmaken van een Creative Commons licentie op eigen werk is erg aan te raden.

Tot slot is er aandacht voor (illegaal) downloaden en het vinden van rechtenvrij materiaal. Helaas is de wetgeving sinds het opzetten van deze workshop veranderd, dus de informatie klopt niet meer helemaal, maar het is wel heel goed om hier bewust aandacht aan te besteden! Het is zeker een belangrijk onderdeel van mediawijsheid!



Hoofdstuk 5: Innovatie en experiment
Dit is het kortste hoofdstuk en richt zich op mogelijke innovaties die interessant kunnen zijn op het gebied van ICT en onderwijs. Een belangrijke bron om bij te blijven is innovatie.kennisnet.nl.

Het hoofdstuk benoemt enkele interessante devices zoals de Swinxs, Touch Table en Recording Box, maar vele hiervan zijn de afgelopen vijf jaar toch niet echt doorgebroken. Toch is het goed om nieuwe devices in de gaten te blijven houden en te kijken welke interessante onderwijskundige toepassingen hebben.

Ook wordt er aandacht besteed aan mobiel leren, misschien nu nog wel makkelijker en toegankelijker dan vijf jaar geleden toen de workshop werd gelanceerd. Nu de meeste leerlingen in de bovenbouw (en steeds meer in de middenbouw!) een smartphone hebben, is mobiel leren technisch gezien goed mogelijk. Denk hierbij aan QR speurtochten, geocaches, augmented reality, Google Earth en Google Maps toepassingen. Met name het gebruik van QR codes en augmented reality worden in de workshop wat meer uitgewerkt met concrete voorbeelden.

Tot slot wordt er ook aandacht besteed aan internetmemes, zoals de lipdub. Tegenwoordig kunnen daar de flashmob, harlem shake, planking, owling, en vele andere voorbeelden aan toegevoegd worden.

Niet iedereen zit op innovatie te wachten...

De workshop eindigt met een afsluitende quiz om te bepalen wat nu je eindniveau is. Dit is enigszins vergelijkbaar met de quickscan aan het begin. Zelf had ik niveau C: mediawizard, dat is natuurlijk erg leuk om terug te horen. Bij het afronden van de workshop hoort ook een digitaal certificaat, maar om één of andere reden werkte het niet om deze naar mijn e-mail te versturen... Tja, techniek...


Conclusie
De hele workshop is in ongeveer 2 tot 3 uur te doorlopen. Dat is een beetje afhankelijk van je eigen interesse en tijd. Alle hoofdstukken zijn gemakkelijk los van elkaar te bekijken. Er is genoeg ruimte voor externe uitstapjes naar andere websites voor meer verdieping.

Het valt me op dat er relatief veel aandacht is voor mediapedagogiek (risico's van Internet en hoe je je kunt wapenen) en wat minder voor positieve mogelijkheden van het Internet.

Helaas zijn niet alle externe links meer actief in deze workshop en merk je aan sommige voorbeelden en onderzoeksgegevens dat de workshop al een aantal jaar oud is...

Al met al vind ik het wel een heel mooie complete workshop. Het is een goed uitgangspunt voor iedereen die meer wil weten over mediawijsheid. De workshop is voornamelijk gericht op eigen ontwikkeling, de transfer naar mogelijke onderwijsactiviteiten wordt maar heel af en toe gemaakt.

Het zou naar mijn idee goed zijn als Stichting Kennisnet de workshop nog eens kritisch doorloopt en waar nodig up-to-date brengt. Daarnaast zou misschien een nieuwere indeling volgens het Mediawijsheid Competentiemodel logisch zijn. Dat kost natuurlijk wat meer tijd om voor elkaar te krijgen, maar zou wel meerwaarde hebben voor het eindproduct!


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen