donderdag 2 april 2015

Vakliteratuur over mediawijsheid

In mijn persoonlijke onderzoek naar wat mediawijsheid inhoudt beschrijf ik hieronder wat diverse vakliteratuur daarover stelt. Ik probeer daarbij telkens de link naar zowel de publicatie van de Raad voor Cultuur als het Mediawijsheid Competentiemodel te leggen.

ICT voor de klas
In 2011 verscheen het boek ICT voor de klas van Gerard Dummer. De primaire doelgroep zijn Pabostudenten, maar het is ook geschikt voor leerkrachten in het basisonderwijs die met ICT aan de slag willen gaan. Het boek is verschenen vóór de publicatie van het Mediawijsheid Competentiemodel.


Hoofdstuk 8 is helemaal gewijd aan mediawijsheid. In de eerste paragraaf gaat Dummer in op het advies van de Raad voor Cultuur en maakt hier een soort minisamenvatting van. Het belang voor burgers, de medialisering van de samenleving en het kunnen analyseren van mediaboodschappen.
Dummer besteedt verder aandacht aan auteursrechten en allerlei verschillende varianten hiervan (zoals publiek domein, creative commons en GFDL).

De rest van het hoofdstuk is een tweedeling waarvoor Dummer de termen mediapedagogiek en mediaproducties hanteert. Onder mediapedagogiek benoemt Dummer vooral de risico's die de gemedialiseerde samenleving met zich mee brengt, zoals digitaal pesten, grooming, hacken van wachtwoorden, etc.

Bij het onderdeel mediaproducties gaat Dummer heel concreet in op het actief maken van bijvoorbeeld een krant, speelfilm, fotoreportage of podcast om leerlingen op een proactieve manier mediawijs te maken. Met name deze mediaproducties sluit heel erg aan bij het advies van de Raad voor Cultuur, dat juist de focus wil verplaatsen van de risico's naar de eigen bijdrage van burgers.


Lessen in mediawijsheid
Het boek Lessen in mediawijsheid van Jan de Bas is gepubliceerd in 2011, nog vóór de publicatie van het Mediawijsheid Competentiemodel. Hij heeft vooral een heel praktisch boek geschreven met concrete lesideeën voor onderbouw, middenbouw en bovenbouw rondom allerlei vormen van media.


De Bas gaat in hoofdstuk 1 en 2 in op de achtergrond van mediawijsheid, waarbij hij de definitie van de Raad voor Cultuur als uitgangspunt neemt. Hij maakt duidelijk wat de noodzaak is van mediawijsheid op school en hoopt dat leerkrachten door zijn boek meer actief met leerlingen zelf media gaan analyseren en produceren.

Hij onderscheidt vier stromingen binnen de mediapedagogiek:
  • Bewaarpedagogische stroming: conservatief en behoedzaam tegenover nieuwe media;
  • Sociologische stroming: media bepaalt de maatschappelijke verhoudingen (manipulatie van de gewone burger);
  • Semiologische stroming: kinderen moeten beeldtaal leren spreken en lezen;
  • Gedragswetenschappelijke stroming: onderzoeken wat de invloed van media zijn op kinderen.
Verder koppelt De Bas mediawijsheid aan een aantal kerndoelen (specifiek 4, 6, 10 en 51) van SLO voor het primair onderwijs. Daarmee geeft hij aan dat mediawijsheid gemakkelijk te integreren is. Ook maakt hij de link naar de zeven competenties van Stichting Beroepskwaliteit Leraren (SBL) waardoor het voor Pabo's gemakkelijk is om mediawijsheid in het curriculum op te nemen.

Hoewel het boek op sommige punten wat verouderd aanvoelt, is het overzicht dat het creëert helder en zijn de concrete lessuggesties zeer welkom. Ook is het mooi om te zien hoe De Bas erin slaagt om de focus te leggen op het positief en proactief mediagebruik door kinderen.

Hij eindigt hoofdstuk 2 met een mooi citaat van een leerling (11 jaar): "Mediawijsheid is hoe je met media omgaat. Of je er slim mee omgaat of dat je alles aan iedereen vertelt. Van, kijk dit ben ik en dit is mijn foto. En dat is mijn achternaam, daar woon ik en dit is mijn telefoonnummer. Dat is niet echt wijs, zeg maar..."


Leren met interactieve media
Eind 2013 verscheen het boek Leren met interactieve media van Antoine van den Beemt. Van den Beemt is bekend voor zijn indeling van verschillende typen gebruikers van interactieve media: traditionalisten, gamers, netwerkers en producenten. In zijn boek, waarin een leerecologie centraal staat, gaat hij halverwege hoofdstuk 4 specifiek in op mediawijsheid.


Ook Van den Beemt geeft eerst de definitie zoals deze door de Raad voor Cultuur is gegeven in 2005, maar direct daarna geeft hij aan dat Stichting Kennisnet dit heeft vertaald in drie onderdelen voor leerlingen in de klas:
  • Informatievaardigheden;
  • Veilig internetten;
  • Mediatechnisch gebruik.
Daarnaast benoemt Van den Beemt ook het Mediawijsheid Competentiemodel en geeft aan dat kinderen beginnen met mediawijs worden door het zelf actief gebruiken van media (al vanaf jonge leeftijd). Pas vanaf ongeveer tien jaar zijn kinderen in staat om mediaboodschappen te doorgronden en analyseren. Nog later (vanaf ongeveer zestien jaar) kunnen kinderen pas de media strategisch inzetten.

Hij eindigt met de vijf belangrijkste competenties die uit een Europees onderzoek van 95 experts heeft plaats gevonden:
  • Kunnen communiceren met behulp van ICT;
  • Vertrouwd voelen in het gebruik van hardware;
  • Gedragsregels kunnen toepassen in online contacten en samenwerking;
  • Algemene instrumentele computervaardigheden beheersen;
  • Informatie van het internet kunnen raadplegen en downloaden.
Van den Beemt concludeert dat leerkrachten vooral bewust moeten zijn van de onduidelijkheid rondom het begrip mediawijsheid en de competenties die zij zelf willen inzetten expliciet moeten benoemen.


OnderWijs met ICT
Onder redactie van Erik Bolhuis en Aike van der Hoeff verscheen in 2013 het boek OnderWijs met ICT. Het boek richt zich met name op het voortgezet onderwijs en bestaat uit tien diverse hoofdstukken van verschillende auteurs. Hoofdstuk 3 Mediawijsheid is geschreven door Remco Pijpers en Justine Pardoen.


Pijpers en Pardoen beginnen met de definitie van de Raad voor Cultuur en vatten kort het advies samen. Ze onderscheidden drie belangrijke activiteiten voor burgers:
  • Goed kunnen functioneren in de huidige maatschappij;
  • Effectief kunnen participeren aan het maatschappelijk proces;
  • Het kunnen produceren van content door niet-professionals.
Ze introduceren de term mediawijsheid 2.0 en stellen dat er nu een doorontwikkeling nodig is van alleen de focus op bescherming naar vooral actief meedoen. Was dat niet al wat de Raad voor Cultuur stelde in 2005 met hun advies? 

Pijpers en Pardoen koppelen mediawijsheid vooral aan burgerschapsonderwijs presenteren een eigen model: de mediawijsheidscirkel (Mijn Kind Online, 2010). De mediawijsheidcirkel vertegenwoordigt vier aspecten van mediawijsheid: analyse, reflectie, techniek en creativiteit. De eerste twee aspecten hebben betrekking op het denken; de laatste twee op het doen. Ze worden verder in het boek niet echt verder uitgewerkt, maar wel in de publicatie Handboek Mediawijsheid (Mijn Kind Online, 2010).

Tot slot benoemen Pijpers en Pardoen ook het Mediawijsheid Competentiemodel en geven aan dat dit voornamelijk gebruikt kan worden om mediawijsheid meetbaar te maken.


Contact!
Het boek Contact! verscheen in 2010 onder redactie van Jos de Haan en Remco Pijpers. Diverse auteurs hebben bijgedragen door één of meerdere hoofdstukken te schrijven. De onderwerpen lopen uiteen van games naar virtuele werelden en van reclame naar informatievaardigheden. In het voorwoord stelt Rita Kohnstamm dat dit boek aantoont wat er voor kinderen tussen 6 en 12 jaar allemaal komt kijken om zich digitale geletterdheid eigen te maken. Het boek schetst zowel mogelijkheden als enkele risico's van moderne communicatiemedia.


Elk hoofdstuk heeft een duidelijke focus en baseert zich op de destijds meest recente onderzoeken. In eerste instantie was ik enigszins sceptisch over de houdbaarheid van dit boek (één hoofdstuk is bijvoorbeeld geheel gewijd aan Hyves, dat niet meer bestaat...), maar het boek is zodanig dat de principes en onderliggende theorieën in nog minstens net zo actueel zijn als vijf jaar geleden.

Hoewel de term mediawijsheid zelf niet wordt gehanteerd, geeft het boek door zijn diversiteit een aardig beeld wat er zoal valt onder dat containerbegrip. De hoofdstukken gaan over:
  1. Kinderen online
  2. Games
  3. Casual games
  4. Alledaagse creativiteit in virtuele werelden
  5. Online communiceren
  6. Hyves
  7. Reclame
  8. Mobiele telefonie
  9. Informatievaardigheden
  10. Onderwijs
  11. Mediaopvoeding
  12. Trends, conclusies en aanbevelingen
Het boek roept op om kinderen én weerbaar te maken én te beschermen. Daarnaast ziet het een belangrijke taak voor het onderwijs om digitale geletterdheid te ontwikkelen bij kinderen.Daarbij sluit het boek grotendeels aan bij het advies van de Raad voor Cultuur, maar eigenlijk gaat het niet echt in op het zelf actief produceren van media door kinderen. Dat is trouwens ook niet het doel van dit boek.


Speel Digiwijs!
In 2013 verscheen het boek Speel Digiwijs! door auteurs Peter Nikken, Denise Bontje, Olga Abell en Su'en Verweij. Dit boek focust zich op jonge kinderen (van 0 t/m 7 jaar) en heeft naast ouders ook professionals in de kinderopvang of basisschool als doelgroep.

Het boek (dat overigens fraai is vormgegeven) begint met een korte introductie op het onderwerp media in het algemeen en wat de invloed is op (jonge) kinderen. De focus ligt ontzettend op hoe je actief met media en jonge kinderen aan de slag kunt. Het benoemt daarbij zowel de positieve als de negatieve kanten, maar de balans slaat telkens door naar de meerwaarde van goed mediagebruik.


Het boek geeft concrete tips en adviezen op het gebied van mediaopvoeding en behandelt verschillende vormen van begeleiding, zoals actieve begeleiding, restrictieve begeleiding en monitoring.

Persoonlijk vind ik het fijn dat het boek zo aansluit bij het gedachtegoed van de Raad voor Cultuur en het Mediawijsheid Competentiemodel, namelijk dat je het beste media zelf actief moet gaan maken, produceren, gebruiken om er verstandig mee om te leren gaan. Het geeft hiervoor telkens zeer concrete voorbeelden die je zo zou kunnen uitvoeren.

Overigens, in het verlengde van dit boek is onlangs weer een nieuwe publicatie van Iene Miene Media verschenen op www.mediawijzer.net/onderzoek-iene-miene-media-ouders-in-spagaat-door-toename-mediagebruik


Conclusie
Verschillende auteurs belichten verschillende kanten van mediawijsheid. Kortom, er is geen eenduidig beeld. Wel hanteert de meeste vakliteratuur de definitie zoals de Raad voor Cultuur deze in 2005 stelde. Ook komt het Mediawijsheid Competentiemodel naar voren als het boek na 2012 is gepubliceerd.

Opvallend is dat de meeste boeken niet definiëren wat media precies zijn. Ik merk persoonlijk dat de meeste Pabostudenten hier nog wel een beperkt (of onduidelijk) beeld van hebben. Zo zien zij vooral sociale media als media, maar (prenten)boeken niet direct. Extra vervolgvraag voor mijn onderzoekje: wat zijn eigenlijk media?

In mei verschijnt het boek Mediawijsheid in de klas van Patrick Koning, werkzaam als leraar/trainer/ontwikkelaar bij het Koning Willem I College in 's Hertogenbosch. Ik ben erg benieuwd naar zijn boek, waarin hij weer een eigen model hanteert...

Volgens mij kan ik voorzichtig concluderen dat er niet één duidelijk beeld is wat mediawijsheid nu precies inhoudt. Althans, niet in de vakliteratuur... Mijn volgende stap in dit persoonlijke onderzoek is het verkennen van een aantal (online) lesmethodes rondom mediawijsheid.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen